Condensatieketels: een terechte keuze?

Condensatieketels: een terechte keuze?

Centrale verwarming, Elektriciteit, Energie, Energiebronnen, Sanitair en warm water

Ondanks de opkomst van de warmtepompen en andere alternatieve oplossingen blijven de gasketel en de stookolieketel, en in het bijzonder de condenserende modellen, de markt domineren. Zowel bij nieuwbouw als bij renovatie schuiven installateurs ze nog altijd als eerste optie naar voor. Waarom? Wat zijn de troeven? Is het een weldoordachte keuze of eerder een voor het gemak? En is het altijd de beste oplossing?

Wat is condensatie?

Condensatie is een fysiek fenomeen dat optreedt wanneer de waterdamp die in de rookgassen aanwezig is, overgaat van gasvormige naar vloeibare toestand. Tijdens die overgang komt energie (en dus warmte vrij). In een “traditioneel” systeem – dat we vandaag als verouderd en niet meer van deze tijd* beschouwen – worden de verbrandingsgassen op zeer hoge temperatuur (tot 250 °C) afgevoerd. Dat is veel te warm om te kunnen condenseren. Een deel van de energie gaat zo rechtstreeks de schoorsteen uit. In een systeem op basis van condensatie daarentegen gaan de rookgassen door een warmtewisselaar, waardoor de temperatuur daalt tot minder dan 56 °C. Hier kan wel condensatie optreden, waardoor extra energie vrijkomt die kan worden gerecupereerd.

Wat zijn de gevolgen?

Die condensatietechniek biedt dus interessante voordelen op het vlak van rendement, uitstoot en verbruik. Ze kan echter negatieve gevolgen hebben wanneer je er geen rekening mee houdt bij het ontwerp van de installatie. De daling van de temperatuur van de rookgassen heeft immers een invloed op de natuurlijke trek van het rookkanaal. De warme lucht zal minder stijgen, met als risico dat de trek van richting verandert (terug naar de ketel) en de ketel uit veiligheid uitvalt. Bovendien kan condens zich afzetten in het rookkanaal en kunnen er vochtplekken verschijnen. Hier komen we verder nog op terug.

Daarnaast wordt er bij de condensatie van de rookgassen water gevormd, dat moet worden afgevoerd naar de riolering. Wanneer de ketel zich onder het niveau van de riolering bevindt, zal dat met behulp van een kleine pomp moeten gebeuren. Let wel, die hoeveelheid water is aanzienlijk: ongeveer 1,5 liter per uur dat een courante ketel van 25 kW werkt. Dat water mag zonder voorafgaande neutralisatie in het rioolnet terechtkomen: de vermenging met het huishoudelijk water volstaat om de zuurgraad van het condensatiewater te compenseren.

Hoeveel kan je besparen?

Om het nut van een condensatieketel goed te begrijpen, moeten we het onderscheid maken tussen de onderste verbrandingswaarde en de bovenste verbrandingswaarde. De eerste waarde geeft aan hoeveel warmte de brandstof per eenheid (bijvoorbeeld 1 m3 gas of 1 liter stookolie) zal vrijgeven tijdens de verbranding; de tweede waarde voegt er de extra warmte aan toe die wordt gerecupereerd uit de rookgassen. Het theoretisch potentieel bedraagt 6 procent voor stookolie en 11 procent voor aardgas, maar in normale werkingsomstandigheden zitten respectievelijk 3 procent en 8 procent dichter bij de waarheid. Vervang je echter een oude atmosferische stookketel door een recente condensatieketel, dan zal de winst wel groter zijn.

Het hoge terugwinningspotentieel bij een gasketel verklaart ook waarom de condensatieketel eerst voor deze brandstof werd ontwikkeld. Op die manier kan de meerkost van de verwarmingsketel sneller terugverdiend worden.

Rendement van meer dan 100 procent?

Bepaalde fabrikanten van condensatieketels vermelden in hun technische fiches rendementen van meer dan 100 procent. Dat is uiteraard absurd: je kan niet meer energie produceren dan er in de brandstof zit. Het werkelijke rendement zal dus altijd lager liggen dan 100 procent.

Hoe ze aan die absurd hoge rendementen komen is historisch gegroeid: om het rendement van oude verwarmingsketels te berekenen, ging men ervan uit dat zo’n 11 procent van de energie sowieso niet gerecupereerd kon worden; het maximale rendement van 89 procent (100 % – 11 %) werd dus de norm voor 100 procent. Met een condensatieketel is dat systematische verlies niet meer aan de orde. Volgens de klassieke berekeningsmethode wordt de fractie die via condensatie gerecupereerd wordt, toegevoegd aan het rendement van 100 procent. Dat verklaart waarom het theoretische rendement van een gascondensatieketel 108 procent kan zijn (100% + 8%), terwijl het rendement in werkelijkheid 97 procent bedraagt (89% + 8%).

Wat is de terugverdientijd?

Om te weten of de vervanging van je oude ketel door een condensatieketel financieel interessant is, bestaat een relatief eenvoudige rekenformule: de investering gedeeld door de jaarlijkse besparing op het verbruik is gelijk aan de terugverdientijd. Hoe hoger het verbruik van je woning en/of hoe duurder de brandstof, hoe sneller je de investering dus zal terugverdienen. Let er wel op dat je bij de berekening ook rekening houdt met alle bijkomende kosten verbonden aan de keuze van een condensatieketel: de plaatsing van een buis met een kleinere diameter in het bestaande afvoerkanaal of de afvoer naar buiten, de luchttoevoer, de aansluiting op de riolering, de wijziging of vervanging van het regelsysteem.

Uit praktijkvoorbeelden blijkt dat je jaarlijks zo’n 15 à 20 procent zou kunnen besparen op je verbruik. Om de terugverdientijd te berekenen, gebruik je dus volgende formule: kostprijs van de nieuwe installatie (alles inbegrepen) ÷ (15 à 20% van het jaarverbruik x de brandstofprijs).

Stel dat je in je woning uit de jaren 1980 de bestaande stookolieketel wilt vervangen door een recent condenserend exemplaar, dan gaat de berekening als volgt: 5.000 euro ÷ (15 à 20% x 3.000 liter x 0,77 euro/liter) = 14 à 11 jaar. Als je weet dat een verwarmingsketel gemiddeld om de 25 jaar vervangen wordt, dan is de investering in een condensatieketel altijd rendabel.

De globale installatiekost is uiteraard afhankelijk van de gekozen ketel. De prijzen gaan van 2.000 tot 6.500 euro, naargelang het merk, de brandstof, het type (wandmodel of vloermodel), de technische perfectie en het vermogen. De plaatsingskost varieert van 500 tot 1.500 euro, afhankelijk van de wijzigingen die al dan niet nodig zijn aan de hydraulische aansluiting van de bestaande installatie.

Welk vermogen heb je nodig?

Zowel bij nieuwbouw als bij renovatie moet de installateur het vermogen bepalen in functie van de specifieke situatie. Dat doet hij door een precieze berekening van de warmteverliezen. Hij houdt. Hierbij ook rekening met de isolatie van de woning. Ben je dus van plan om op korte termijn (een deel van) je woning te isoleren, laat hem dat dan weten.

Vroeger werden verwarmingsketels altijd overgedimensioneerd, wat de efficiëntie van de verwarming geenszins garandeerde en leidde tot een hoger verbruik. Bij renovatie kan je bij de vervanging van een ketel van meer dan 25 jaar het vermogen makkelijk met 30 procent verlagen zonder dat het comfort daalt.

Aangezien de grootste verbruikswinst voortvloeit uit de condensatie, moet de terugkeertemperatuur van het verwarmingswater ook laag genoeg zijn. Dat betekent dat de temperatuur van het water dat in het verwarmingssysteem circuleert, in het geheel lager moet zijn dan bij een atmosferische ketel (Ter vergelijking: oude ketels werden vaak berekend op 90/70 (met een vertrektemperatuur van 90 °C en een retourtemperatuur van 70 °C), voor condensatieketels is dat eerder 60/50). Belangrijk is dat de warmteafgiftesystemen zijn aangepast aan deze lagere temperatuur. Vloerverwarming is ideaal, aangezien die op veel lagere temperatuur (30 à 35 °C) werkt dan radiatoren.

Dat betekent echter niet dat radiatoren uit den boze zijn. Bij nieuwbouw volstaat het ze te dimensioneren om een groot verwarmingsoppervlak te bekomen. Met andere woorden, voldoende grote radiatoren te voorzien. Bij renovatie zijn de bestaande radiatoren vaak overgedimensioneerd (en dus groot genoeg) en kunnen ze zo functioneren op een lagere temperatuur.

Een vaak gemaakte fout is helaas de bestaande radiatoren te vervangen door kleinere modellen onder het voorwendsel van een betere prestatie van de ketel. Dat is een slecht idee, want hoe kleiner het oppervlak, hoe hoger de verwarmingstemperatuur moet zijn, waardoor de verwarmingsketel de rookgassen niet kan condenseren.

De rookgasafvoer en de luchttoevoer

Om te kunnen functioneren, heeft een verwarmingsketel enerzijds een toevoer van verse lucht nodig voor de verbranding en anderzijds een afvoerkanaal waarlangs de rookgassen naar buiten kunnen ontsnappen. De problemen van trek en condensatie in de buizen hebben we eerder al aangehaald. Daarvoor bestaan twee oplossingen: de plaatsing van een buis met een kleinere diameter in het bestaande afvoerkanaal, of (indien mogelijk en enkel voor gasketels) de directe afvoer van de gassen door de gevel of het dak via een specifieke buis.

Wat de toevoer van verse lucht betreft, bestaan er verwarmingsketels in gesloten versie (gebruik van de buitenlucht) en open versie (gebruik van de omgevingslucht). De gesloten (of dichte) ketels zijn uitgerust met een concentrische (dubbelwandige) buis met geveldoorvoer waardoor zowel de verse lucht als de rookgassen passeren. Een gesloten toestel heeft dus geen schoorsteen nodig; dit alternatief krijgt dus de voorkeur.

Besluit

Als je kiest voor een condensatieketel, kies je voor een beperkte investering die nog steeds lager ligt dan eender welk ander systeem. Je kiest eveneens voor een bewezen, efficiënte en rendabele technologie. Bij renovatie is het de enige juiste keuze, zeker bij een hoog verbruik. Bij nieuwbouw vormt de investeringskost een reëel voordeel ten opzichte van andere technieken zoals warmtepompen (waarvan het hogere rendement van 300 procent in grote mate tenietgedaan wordt door de hoge kostprijs per kWh elektriciteit). In dat geval is de vraag die je je moet stellen of je bereid bent meer te investeren in een milieuvriendelijke oplossing.

Welke premies?

Vlaanderen kent geen enkele premie meer toe voor de installatie van een condensatieketel. Wallonië en Brussel doen dat nog wel, al wordt het premiesysteem in Wallonië binnenkort ook aangepast. Wil je dus weten of je aanspraak maakt op een premie, onder welke voorwaarden en hoeveel die bedraagt, raadpleeg dan de bevoegde gewestinstanties:

Collectieve installaties: een bijzonder geval

In een bestaand appartementsgebouw met een collectief rookkanaal van het type “shunt” kan je een atmosferische verwarmingsketel niet zomaar vervangen door een condensatieketel. Dat zou namelijk kunnen leiden tot condensatievorming en slechte trek, waardoor de installaties in veiligheidsstand zullen springen.

In dit specifieke geval mag je een defecte atmosferische ketel dus vervangen door een nieuw toestel van hetzelfde type. In tegenstelling tot wat her en der ten onrechte wordt beweerd, is de installatie van een condensatieketel in een collectief gebouw niet verplicht, niet volgens de Ecodesignrichtlijn en niet volgens de gewestelijke EPB-regelgevingen.

De Europese Verordening nr. 813/2013 laat trouwens het op de markt brengen van niet-condenserende ketels die specifiek bestemd zijn voor bestaande shuntkanalen toe. Op die manier vermijd je de dure aanpassing van de rookkanalen.

Deze toestellen zijn echter niet makkelijk meer te vinden, aangezien bepaalde fabrikanten ze niet langer produceren. In de praktijk zouden de mede-eigenaars een apart rookkanaal moeten laten plaatsen waarop de nieuwe condensatieketels geleidelijk aan worden aangesloten. Tegelijk blijft het bestaande rookgasafvoerkanaal behouden voor de atmosferische ketels die nog in gebruik zijn.

* Sinds 26 september 2015 moeten verwarmingsketels beantwoorden aan de Europese ErP-richtlijn (Energy related Products) en komen enkel condensatieketels nog in aanmerking, tenzij in bepaalde collectieve installaties (zie kader).

Tekst Gérard Kaiser

Openingsbeeld Junkers

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels