De afwerking van muren en plafonds

De afwerking van muren en plafonds

Bouwmethodes

Meestal wordt pas met de afwerking gestart nadat de ruwbouw werd dichtgemaakt. Toch is het van primordiaal belang die ultieme fase al in te calculeren bij het uittekenen van de plannen. Sommige structurele en bouwkundige keuzes impliceren immers een bepaald type afwerking en het wordt moeilijk om later op uw stappen terug te keren indien u op een andere manier te werk bent gegaan.

Afwerking van de muren

 

Scheidingswanden

Scheidingswanden zijn muren die vertrekken afbakenen. Ze zijn niet dragend (en dus niet bijdragen tot de stabiliteit van de constructie). Per definitie zijn scheidingswanden dus lichter en minder dik dan draagmuren. Ze kunnen op verschillende manieren worden opgetrokken.

Met behulp van platen

Scheidingswanden bestaan heel vaak uit platen in gips (type Gyproc) of hout (multiplex of vezelplaat), die op een drager worden bevestigd. Gordingen in hout of metaal worden in de vloer of het plafond van het vertrek vastgeschroefd en daarna met elkaar verbonden via verticale stijlen, eveneens in hout of metaal. Die structuur (gemiddeld 50 mm dik, en tot 75 mm als het plafond hoger is, zoals in een loft) dient als geraamte voor de scheidingswand. Aan weerszijden van dit geraamte wordt een gipsplaat of een houtvezelplaat van 12,5 mm dik bevestigd. Tussen beide platen kunnen dan de technische leidingen of het thermisch en akoestisch isolatiemateriaal worden gelegd.

Omwille van de stevigheid, indien u bijvoorbeeld wandrekken aan een van de wanden wil vastmaken, is het vrij gebruikelijk om aan weerszijden van de structuur niet één maar twee platen vast te maken. Dergelijke “verstevigde” scheidingwanden helpen de vertrekken ook beter van elkaar te isoleren en werken geluiddempend.

Het principe voor gips- en houtvezelplaten is hetzelfde. Toch zijn er ook verschillen tussen beide: houten panelen zijn iets duurder dan gipsplaten, maar ook sterker. Wanden in gipsplaat leveren dan weer een gladder en meer uniform oppervlak op. De overgangen tussen de platen worden later weggewerkt onder een laagje pleisterkalk. De voegen tussen houten platen blijven zichtbaar, wat minder esthetisch is. U kan ook gemengde wanden optrekken die de voordelen van hout en gips combineren: aan weerszijden van het geraamte worden houten panelen bevestigd, onderaan een gipsplaat.

In tegels of blokken

Scheidingswanden kunnen tevens worden opgetrokken uit gipstegels of volle gipsblokken met een dikte van 5 tot 10 cm. Die zelfdragende wanden kunnen snel worden geplaatst en garanderen bovendien een uitstekende geluidisolatie. Niet-dragende scheidingsmuren kunnen ook bestaan uit al dan niet verlijmd metselwerk (7 tot 10 cm dik). Daarvoor kunnen dezelfde materialen gebruikt worden als voor de draagmuren: betonblokken, argex, terracotta, celbeton, silicaatsteen … Het grootste nadeel van dergelijke volle muren is dat daarin sleuven moeten worden gemaakt voor de technische leidingen.

Varianten

Er bestaan ook heel wat atypische scheidingswanden die vertrekken op een min of meer elegante manier van elkaar scheiden. Wanden in glas of glastegels, bijvoorbeeld, werken geluiddempend, maar laten voldoende licht door (en bieden een doorkijk als het glas transparant is), vooral belangrijk in kamers zonder ramen. In een aantal moderne woningen wordt gebruikgemaakt van inschuifbare wanden (op rails) die de ruimte moduleren naargelang van de behoeften. Sommige architecten bedenken doorlaatbare wanden (claustra) óf ingebouwde opbergruimten die tegelijk fungeren als scheiding tussen twee vertrekken. U kan ook kiezen voor scheidingswanden die niet tot aan het plafond reiken en het gevoel van ruimte dus versterken.

Halve wanden

Halve wanden ondersteunen de afwerking van een muur (voor het creëren van een lambrisering, bijvoorbeeld). Het geraamte wordt rechtstreeks op deze muur bevestigd en de panelen in hout of gips worden daarbovenop vastgemaakt. Een dergelijke muurbekleding voorkomt ook dat u sleuven moet maken in de originele wand: de technische leidingen kunnen tussen de wand en de afwerkingsplaten doorlopen.

Het vals plafond

Een vals plafond is bedoeld om de buizen en leidingen die over de zoldering lopen te verbergen, te zorgen voor extra isolatie of visuele effecten op het plafond te creëren door een spel van vormen, niveauverschillen of materialen. Een vals plafond herbergt tevens de ingebouwde of indirecte verlichting die niet onder het plafond hoeft uit te komen.

Het bouwprincipe van een vals plafond lijkt sterk op dat van een scheidingswand. Gordingen in metaal of hout worden op regelmatige afstand van elkaar aan het plafond bevestigd. Panelen in hout of gips worden aan die profielen vastgemaakt. Om extra ruimte te creëren tussen de eigenlijke zoldering en de panelen van het vals plafond, kan u aan de gordingen tuien vastmaken die u toelaten in de hoogte onder plafond te variëren (in een loft, bijvoorbeeld).

Andere technieken voor valse plafonds, vooral gebruikt in kantoorgebouwen en winkelcentra, kunnen ook in particuliere woningen worden aangewend. We hebben het met name over hangende valse plafonds in lichte platen of aluminium profielen, plafonds in gespannen zeildoek, opengewerkte valse plafonds die de hoogte onder plafond visueel beperken terwijl toch de totale hoogte van het volume kan worden benut.

De plafonnering

Om de binnenoppervlakken een afgewerkt, glad en unitair uitzicht te geven, worden muren en zolderingen meestal geplafonneerd, wat inhoudt dat ze bedekt worden met een laag vochtige pleisterkalk die onbewerkt kan worden gelaten of later kan worden geschilderd. De minst dure oplossing is het aanbrengen van een laagje pleisterkalk. Laat dat over aan een specialist (vraag naar referenties en laat u niet misleiden door een ongewoon lage prijs) die ervoor zal zorgen dat het resultaat aan uw verwachtingen voldoet. De vochtige pleisterlaag moet daarna een tijdje uitdrogen (idealiter een jaar) en kan pas daarna worden geschilderd of behangen!

Wil u niet zo lang wachten, opteer dan voor droge pleisterkalk, die weliswaar duurder is. Daarbij worden gipsplaten tegen de muur aangebracht met behulp van een geraamte (net als bij een scheidingswand, zoals hierboven beschreven). Een andere mogelijkheid is dat de platen rechtstreeks op de muur worden gekleefd. Dat kan enkel als de muren vlak genoeg zijn en er geen vochtproblemen opduiken.

Er bestaat ook decoratieve pleisterkalk. Die moet naderhand niet worden geschilderd en geeft uw muur een bijzondere uitstraling: gevlamd, geribbeld, schijnbaar bouwvallig …

Plafonnering fungeert als dampscherm voor de buitenmuren. Het is dan ook belangrijk de grootste zorg te besteden aan de hoekverbindingen, de aansluiting op de ramen …

De dekvloer

De dekvloer is een laag mortel (op basis van rivierzand) met een dikte van 6 tot 10 cm (minimaal 5 cm om scheuren te vermijden) die wordt gelegd boven de structurele vloerplaat (gevormd door welfsels, vloerbalken en gewelfstenen … – zie Ik ga bouwen nr 307, februari 2008) om het oppervlak te egaliseren en ervoor te zorgen dat het horizontaal ligt én om de technische leidingen die over de vloer lopen te verbergen. Een dekvloer wordt uiteraard enkel gelegd op een voldoende stevige ondergrond. Het is ondenkbaar om, bijvoorbeeld, een dekvloer te leggen op een parketvloer. Bij renovaties wordt op de vloer een geribde plaat gelegd en wordt de dragende structuur eventueel versterkt vóór de dekvloer wordt gegoten.

Hechtende of zwevende dekvloer

Er bestaan hechtende dekvloeren die in aanraking komen met de ondergrond. Andere dekvloeren worden “zwevend” genoemd omdat een flexibele tussenlaag (in rotswol, polyuretaanschuim, …) tussen de dragende structuur en de dekvloer wordt aangebracht. Daardoor wordt heel wat impactlawaai tussen de verdiepingen geabsorbeerd, wat vooral in flatgebouwen interessant kan zijn. Een vloer die bovenop een kelder wordt gelegd, wordt op die manier trouwens extra thermisch geïsoleerd. Wanneer de dekvloer niet hechtend is, erg dun is of een systeem voor vloerverwarming herbergt, wordt aangeraden de mortellaag te wapenen met roosterwerk of beton waarin wapeningvezels zitten (fijne synthetische deeltjes die worden vermengd met de dekvloer in vloeibare toestand).

Vochtige of droge dekvloer

Aan de dekvloer als afwerkingslaag moet op de werf bijzondere aandacht worden besteed. Later wordt er immers om het even welke vloerbekleding op aangebracht. De droogtijd is dan ook erg belangrijk en wordt geschat op een week per centimeter dikte (in optimale omstandigheden). Omwille van de temperatuur en de vochtigheidsgraad in België wordt hier zelfs rekening gehouden met tien droogdagen per centimeter dikte! Gezien de opeenvolging van verschillende vakmannen op de werf is het echter vaak onmogelijk om de dekvloer zolang niet te betreden.

Toch is het een goed idee om minimaal drie weken te wachten alvorens over de dekvloer te lopen of planken op de pasgegoten dekvloer te leggen om de druk te verdelen. Breng hoe dan ook geen vloerbekleding aan vóór de dekvloer volledig is uitgedroogd. Ondanks alles zal de dekvloer tijdens de droogtijd iets van zijn vlakke karakter verliezen, waardoor een dunne egalisatielaag moet worden aangebracht vóór het geheel verder kan worden afgewerkt.

De ongemakken van een droogtijd kan u vermijden indien u kiest voor een droge dekvloer, een systeem dat steeds vaker wordt gebruikt. Dergelijke dekvloeren bestaan uit panelen (gips, gipsvezel, osb …) die langs de onderkant werden bekleed met semirigide isolatiematerialen.

Fanny Bouvry

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels