De clichés rond passiefhuizen

Duurzaam bouwen, Nieuws

De woning met houtskelet is momenteel een van de weinige huizen in België die het 'passief'-label kreeg.

Caroline en Gilbert wonen al 3 jaar in een passiefhuis in de omgeving van Aubel, in het oosten van België, niet ver van Aken. De locatie leende zich uitstekend tot bioklimatische architectuur, een van de belangrijke kenmerken van passiefhuizen. De woning met houtskelet is momenteel een van de weinige huizen in België die het ‘passief’-label kreeg.
IGB: Wat zijn de verschillen met andere woontypes?

Gilbert: ‘Langs de buitenkant lijkt een passiefhuis op een traditionele woning. De verschillen situeren zich binnenshuis. In de eerste plaats valt het ontbreken van elk centraal verwarmingssysteem op: geen radiatoren, geen ketel en geen thermostaat. We hebben ervoor gekozen om in ons passiefhuis op het ritme van de seizoenen te leven. En dus hebben we onze voorzorgen genomen!

Op extreem koude dagen verwarmt een pelletkachel de leefruimtes. En als er voor de thermische zonnepanelen onvoldoende zonnestralen zijn, zorgt die ook voor warm water. De panelen produceren 60 procent van het sanitair warm water (6 m² panelen en een boiler van 500 liter). Verder worden de calorieën vooral aangeleverd door de bewoners (100W/u) én door de elektrische apparatuur en de huishoudtoestellen.’

IGB: Rond passiefhuizen bestaan veel vooroordelen. Laat ons die samen eens overlopen. Vertel maar wat u erover denkt in functie van uw ervaringen.

‘De temperatuur in huis bedraagt het hele jaar door 19°C.’
Gilbert: ‘Niet helemaal. Het gaat om een gemiddelde temperatuur. De temperatuur is vrij constant, vooral tijdens de tussenseizoenen (herfst en lente). In de zomer houden zonwering en ventilatie de temperatuur in de buurt van 23°C, maar niets houdt ons tegen om een raam te openen en frisse lucht binnen te laten. In de winter daarentegen laten we ramen best gesloten om alle kostbare calorieën binnenshuis te houden.’

‘Als er teveel mensen in huis zijn, bestaat het risico op oververhitting.’
Gilbert: ‘Niet meteen. Tijdens een etentje met twintig gasten kan de temperatuur uiteraard met 2 tot 3 graden stijgen. In dat geval is het voldoende om een raam of een deur te openen om het teveel aan warmte af te voeren. Daarnaast kan u ook het debiet van de mechanische ventilatie verhogen.’

‘In de vertrekken hangt onvoldoende lucht.’
Gilbert: ‘Dat klopt niet! Mechanische ventilatie (GMV) met dubbele flux en warmterecuperatie zorgt voor een degelijke verluchting. Die ventilatie wordt trouwens dagelijks geregeld. In de zomer, bijvoorbeeld, genieten we ‘s nachts van natuurlijke verluchting als we de ramen openzetten en de GMV verlagen. Overdag wordt de lucht voortdurend ververst door de GMV.’

‘Een passiefhuis is een ecologisch huis.’
Gilbert: ‘Niet noodzakelijk. Een mogelijk verwijt aan passiefhuizen is dat ervan wordt uitgegaan dat alle middelen goed zijn om bepaalde energieprestaties te halen. In feite is het een kwestie van keuzes maken. Voor ons was het gebruik van ecologische materialen belangrijk: bepleistering met leem, ecologische verf, een houten skelet en isolatie met houtcellulose.’

‘Een passiefhuis verbruikt hoe dan ook energie.’
Gilbert: ‘Dat is zo, zij het heel weinig. In 2009 verbruikten we met ons gezin van vijf 615 kilo houtpellets, of het equivalent van 310 liter stookolie, voor een totale kostprijs van slechts 170 euro. Dat komt neer op 15 euro per maand.’

U kan het project van Gilbert en Caroline bekijken op www.messitert241.be.

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels