Duurzaam bouwen steunt op duurzame drievuldigheid

Bouwmethodes, Centrale verwarming, Duurzaam bouwen, Energiebronnen, Isolatie

Duurzaam bouwen steunt op de 'duurzame drievuldigheid' of het 'Trias-principe'.

Duurzaam bouwen steunt op de ‘duurzame drievuldigheid’ of het ‘Trias-principe’.

Dit wil zeggen dat je let op het volgende.

· Beperk je vraag tot je werkelijke behoeften: beperk je ruimtegebruik, koop enkel dat wat je echt nodig hebt en beperk op die manier ook je ‘afval’.

· Gebruik duurzame en hernieuwbare materialen en energiebronnen.

· Spring zuinig om met eindige bronnen: primaire bouwmaterialen, energie en water.

Deze principes zijn eenvoudig en kan je toepassen op alle aspecten van het bouwproces en van je leven.

Duurzaam leven ligt binnen ieders handbereik. Kortom, ieder van ons kan zijn steentje bijdragen om zijn ecologische voetafdruk te verminderen. De mate waarin je duurzaam kan (ver)bouwen, hangt af van de keuzes die je tot nu toe al gemaakt hebt. Duurzaam (ver)bouwen bestaat nl. uit een hele reeks milieubewuste keuzes wat betreft:

1) de woonplaats en het type woning,

2) de uitwerking van het bouwplan,

3) de bouwmethode,

4) de bouwmaterialen,

5) de klimaatbeheersing

6) het gebruik van water,

7) het gebruik en de productie van elektriciteit,

8) de tuin.

Hoe meer je rekening hebt gehouden met duurzame argumenten om de bovenstaande beslissingen te nemen, hoe duurzamer je woning uiteindelijk wordt (cf. checklist aan het einde van dit hoofdstuk).

Bekijk welke concrete stappen binnen je mogelijkheden liggen. Heb je al een woning, dan zijn een aantal factoren al definitief bepaald. Toch staat een grondige renovatie je bv. toe de planorganisatie aan te passen. Bij een minder ingrijpende renovatie zal je de indeling van de ruimtes behouden, maar kan je bv. nog werk maken van een goede isolatie. Laat je in ieder geval niet ontmoedigen, want elke bijdrage tot een betere toekomst voor onze planeet is waardevol.

Keuze 1: de woonplaats en het type woning

Duurzaam (ver)bouwen begint bij de plaats waar je gaat wonen en het type woning dat je verkiest. Elke keuze heeft zijn consequenties voor het milieu. Wil je op dat vlak duurzaam door het leven gaan, denk dan goed na over de volgende zaken.

Woonplaats

Een duurzame woonplaats staat je toe je verplaatsingen met de auto te beperken. Kortom, je gaat best wonen in een dorps- of stadskern, niet te ver van het werk of de school, het winkelcentrum, sport- en culturele infrastructuren… Hoe vaker je stapt, fietst of het openbaar vervoer gebruikt, hoe duurzamer je woont. Woon je ver(der) van de stad/het dorp, dan heb je als gezin vaak twee auto’s nodig en rijd je ook meer kilometers.

Typewoning

Geef de voorkeur aan een gegroepeerde woning (bv. appartement, rijwoning, driegevelwoning) boven een open bebouwing. Een gegroepeerde woning is (meestal) goedkoper, compacter en energiezuiniger:

· hoe dichter woningen bij elkaar staan, hoe minder energieverbruik je hebt (geen verlies door de gemeenschappelijke muur);

· hoe minder kosten er zijn voor aanleg van collectieve distributie (wegdek, voetpad, leidingen…);

· hoe minder veld- en bosoppervlakten ingenomen worden.

Keuze 2: de uitwerking van het bouwplanInplanting (nieuwbouw)

Een algemene regel is dat je woning zich optimaal moet aanpassen aan de natuurlijke en bebouwde omgeving.

· Oriëntatie: maak gebruik van passieve zonne-energie op oost-, zuid- en westgevel.

· Ligging van het huis op de bouwgrond: zoek bescherming tegen de bij ons overheersende (westen)wind door een buurgebouw of bestaande bomen, vermijd schaduw van de natuur of bestaande gebouwen…

Moest de bestaande situatie je geen beschutting bieden tegen de wind, plant dan een stevige heg (struiken en bomen) en/of zet terrasmuren. Op die manier creëer je toch nog een windluwe tuin en een aangenaam microklimaat.

· Aanpassing aan de grondhelling: ingegraven muren verliezen minder energie, omdat ze profiteren van de stabiele grondtemperatuur.

· Aanpassing aan grondstabiliteit: als er op je terrein verschillende grondsamenstellingen zijn, kies dan de sterkste en stabielste plek en houd de funderingen zo goedkoper.

Planorganisatie (nieuwbouw en renovatie)

M.a.w. de oriëntatie van de ruimtes. Een aantal duurzame basisregels:

· leefruimtes op de zuidgevel met grote gevelopening(en) (passieve zonverwarming in de winter en tussenseizoenen),

· badkamer en keuken op de oostgevel (eerste zon van de dag bij het opstaan),

· slaapkamers op de westgevel (voorverwarming van de kamers door late namiddagzon in de winter en tussenseizoenen),

· serviceruimtes (hal, wasplaats, berging…) op de noordgevel met beperkte openingen naar buiten.

Bij renovatie moet je deze regels toetsen aan de voor- en nadelen van de natuurlijke en bestaande omgeving: bestaande muren, schaduw, zichten, bereikbaarheid…

Flexibiliteit van het plan

· Wil je lang in je huis blijven wonen, voorzie dan de mogelijkheid om het aan te passen aan nieuwe behoeften: gezinsuitbreiding of -inkrimping, thuiswerk…

· Houd er rekening mee dat je niet altijd jong blijft: voorzie gemakkelijke verplaatsing in het huis. Let dus op met een beperkte gangbreedte, drempels, steile traphellingen, niveauverschillen… Voorzie zeker deuren die breed genoeg zijn (minstens 90 cm en zelfs 120 cm voor de hal).

· Zorg voor de aanpasbaarheid van het plan. Zo kan bv. een bergruimte op het gelijkvloers in een ander stadium een slaapkamer worden, wanneer trappen moeilijk worden.

Compactheid

Zorg dat het bewoonbare volume een zo klein mogelijke buitenoppervlakte heeft en vermijd veel circulatieruimte. De bouwprijs per m² zal stukken lager liggen en je zult veel minder energie verbruiken.

Keuze 3: de bouwmethode

We zetten hier de verschillende bouwmethodes op een rij en geven enkele tips die je keuze helpen te bepalen. Het is trouwens perfect mogelijk verschillende bouwmethodes in één gebouw te gebruiken om van hun respectievelijke voordelen te genieten.

Traditionele bouwmethode

Bij deze methode wordt je woning volledig ter plaatse gemetst met traditionele producten (dragende binnenmuur, isolatie en spouw, gevelbekleding). Meer en meer worden de bakstenen voor de buitenmuurbekleding, maar ook voor de binnenmuren, gelijmd in plaats van gemetst. Hierdoor wordt veel minder water verbruikt en wordt de kwaliteit van de muren verhoogd door een betere uniformiteit van de isolatieprestaties.

Skeletbouw

Bij houtskeletbouw zijn er 2 principes mogelijk. Ofwel wordt eerst een dragende skeletstructuur opgetrokken die opgevuld wordt met niet-dragende panelen, ofwel bestaat de woning volledig uit dragende muurelementen (zonder skeletstructuur). Uiteraard is de opvulling met houten panelen de meeste courante methode. Strobalen- en leembouw zijn in onze regio eerder uitzonderlijk. Het belang van duurzaam bouwen zorgt er wel voor dat deze bouwmethodes stilaan in onze maatschappij hun intrede doen.

Staalbouw is lang de bouwmethode voor industriegebouwen geweest. De laatste jaren vindt het materiaal meer en meer ingang in de particuliere woningbouw. Kies voor een architect met ervaring, wanneer je voor een staalbouwwoning opteert. De opvulling van een staalbouw kan met traditioneel metselwerk, sandwichpanelen, geïsoleerde dubbelwandige betonpanelen…

Massiefbouw

De massiefbouw is uitgevoerd door assemblage van geprefabriceerde elementen: houten balken of massieve panelen. Verlijmde of genagelde panelen garanderen een snellere montage van het huis, maar ook een grotere prefabricatiegraad waardoor veel energie uitgespaard wordt. Daarnaast is de hoeveelheid afval bij prefabricatie veel lager dan bij de traditionele bouwmethode.

Aandachtspunten bij de keuze van een bouwmethode

1. Zorg voor vermindering van het watergebruik. Wist je dat een traditionele nieuwbouw na oplevering 5 000 tot 10 000 liters water bevat? Al het resterende water in de materialen moet uiteindelijk verdwijnen door veel te verwarmen en te ventileren. Verlijmd metselwerk gebruikt een pak minder water dan gemetste baksteen en garandeert een betere uniformiteit van je muren.

2. Houd rekening met het transport van materialen door je aankoop ervan niet te veel te verspreiden bij verschillende leveranciers. Veel vrachtwagens met weinig materialen naar je werf laten rijden is geen duurzame oplossing voor het milieu.

3. Zorg voor een goede coördinatie en werk liefst met zo weinig mogelijk verschillende aannemers. Hoe meer verschillende bedrijven, hoe meer risico je loopt dat de kwaliteit van de verbindingen tussen materialen (bij voorbeeld tussen muren en dak, muren en ramen…) minder goed is, maar ook hoe meer afval en overschot.

4. Kies voor materialen waarvan het afval door de leverancier gerecupereerd wordt. Er is niets slechter voor het milieu dan een berg overschot/afval op laatste werfdag in je tuin te laten ingraven.

5. Kies voor zoveel mogelijk geprefabriceerde elementen. Het is veel gemakkelijker om energie te besparen en afval te beperken in een industriële omgeving dan op een werf.

6. Kies een bouwmethode die je niet beperkt qua isolatiedikte. Te veel isoleren is niet mogelijk. Het is dan spijtig dat een bepaalde bouwmethode je louter om technische redenen qua dikte zou beperken.

7. Wil je een comfortabel binnenklimaat, dan moet je zorgen voor voldoende inertie in het gebouw om de passieve warmte van de zon te kunnen opslaan. Kies je bv. voor skeletbouw, laat dan ook een binnenmuur traditioneel metsen om de inertie van het huis te verhogen.

8. Zorg voor een bouwmethode die voldoende flexibiliteit van het gebouw in de tijd geeft. Het afbreken en herstellen van muren en plafond kost energie, genereert ongezond stof en afval.

9. Houd rekening met de duurzame productie van de materialen waarvoor je kiest. Voorbeeld: bij de winning van zand en kalk worden grote putten gegraven. Dit veroorzaakt een ingrijpende verandering van het landschap. Na de winningperiode worden de putten heringericht als recreatiegebied of waardevolle natuurgebieden met soms zeldzame biotopen. Het water wordt deels opnieuw gebruikt en deels na zuivering naar het oppervlaktewater teruggevoerd.

10. Als je hout wil, moet je bomen kappen. Kies dus voor hout waarvan je weet dat de bossen heraangeplant worden, nl. voor FSC gelabeld hout.

11. Houd rekening met de recyclagemogelijkheden van de gekozen structuur- en bekledingsmaterialen. De traditionele baksteenproducten en de metalen zijn gemakkelijk te recycleren producten. Chemische producten worden meestal moeilijk of onmogelijk recycleerbaar.

12. Houd rekening met de levenscyclus van de bouwproducten

Keuze 4: de bouwmaterialenLevenscyclus

De duurzaamheid van producten wordt berekend via de levenscyclusanalyse (LCA). Daarbij wordt de milieu-impact van een materiaal of product in kaart gebracht: vanaf het stadium van de grondstofwinning via de productie en het gebruik, tot en met de afvalverwerking.

De LCA-analyse houdt rekening met

· ontginning,

· productie,

· transport,

· gebruik,

· afvalverwerking,

· vervuiling, afval en hinder die worden veroorzaakt.

Ook de uitputting van de eindige grondstoffen wordt niet over het hoofd gezien. Bomen kunnen bijvoorbeeld opnieuw aangeplant worden. De productie van hout heeft bijgevolg een duurzamer karakter dan de productie van materialen op basis van petroleum.

LCA van bouwmaterialen

Als je de levenscyclusanalyse van een bouwmateriaal wil maken, dan moet je de volgende elementen grondig bekijken.

· Grondstof: lokalisatie, hoeveelheid, extractiekost, consequentie op natuurgebied…

· Productie: plaats van productie (dichtbij of ver van gebruiker), hoeveelheid energie, generatie van gevaarlijke stoffen of gas voor arbeiders en milieu, afval…

· Transport: kost + impact op milieu tussen extractie en productie, productie en distributie, distributie en gebruiker…

· Verwerking: kost, tijd, moeilijkheid, gevaar voor arbeiders, afval, ophalen van afval door producent…

· Afwerking: afwerking nodig of niet…

· Onderhoud: frequentie, impact…

· Levensduur: hoe lang blijft het materiaal in goede staat?

· Recyclage: wat wordt er daarna mee gedaan?

Je kan hierin oneindig ver gaan, maar dat is niet de bedoeling. Het komt erop aan rekening te houden met die elementen die het meeste impact hebben op de milieubelasting van het product. Let wel: hoe langer een gebouw meegaat, hoe kleiner de impact wordt van de materiaalkeuze op de totale milieubelasting van het gebouw.

Op dit moment worden bedrijven niet bij wet verplicht om een LCA van hun producten op te stellen. Toch is het in hun eigen belang om hier werk van te maken. De levenscyclusanalyse kan bv. bepaalde knelpunten of besparingsmogelijkheden aan het licht brengen. Bovendien is het zo dat er wel overheidsmaatregelen voor de bedrijven zijn rond afval- en emissiepreventie. Om daaraan te beantwoorden zal het voor een bedrijf zeker nuttig zijn om de LCA’s van hun producten uit te werken.

Alles in acht genomen, mag je je dus hoogstwaarschijnlijk in de toekomst verwachten aan een soort identiteitskaart van bouwmaterialen op niveau van duurzaamheid; idealiter zelfs een databank waarin de verschillende factoren van de producten op een rij geplaats worden, zodat je ze efficiënt kan vergelijken.

Ecolabels

Naast de levenscyclusanalyse voor bouwmaterialen en -producten bestaan er labels die toegekend worden door overheidsinstanties of organisaties. Op Europees niveau is dat bijvoorbeeld het Ecolabel. Op de website www.ecolabel.be vind je welke producten met dit label in ons land te koop zijn. Gekend zijn de labels voor volgens duurzaam bosbeheer geproduceerd hout, FSC (Forest Stewardship Council) en PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification schemes).

Let wel: deze criteria zijn nog niet gecentraliseerd, zodat bedrijven nog niet kunnen toetsen binnen welke duurzaamheidscategorie hun producten vallen.

Cradle to Cradle

De meest inspirerende benadering van duurzaamheid is het nieuwe ontwerpprincipe van ‘Cradle to Cradle’. Het werkt net als een bos of composthoop. Daar bestaat geen afval: alles wat op de grond valt of op de composthoop terechtkomt, wordt omgezet in voeding voor het bos of de tuin. Dit principe werd bedacht door de chemicus Michael Braungart en architect William Mc Donough. Ze beginnen en eindigen bij de grondstoffen (cradle=wieg) en niet bij het graf (de afvalverwerking). Zij leren ons niet alleen te nemen van de aarde, maar ook terug te geven aan de aarde.

Volledig hergebruik, geen restproducten. Dat is het uitgangspunt. ‘Cradle to Cradle’-producten zijn volledig te ‘demonteren’, waarbij de onderdelen of materialen voor 100 % opnieuw kunnen worden benut voor het maken van nieuwe producten. Er gaan dus geen grondstoffen verloren.

Bij het ontwerp van deze producten wordt expliciet de vraag gesteld: als de levensduur van het product voorbij is, welke nieuwe producten kunnen er dan van worden gemaakt?

Het grote verschil met conventioneel hergebruik is dat er geen kwaliteitsverlies is, en geen restproducten die alsnog gestort moeten worden.

Een voorbeeld

Aluminium wordt vooral gewonnen uit het erts bauxiet. De wereldvoorraad van dit erts is nog goed voor de komende duizend jaar. Aluminium wordt gebruikt als bouwmateriaal (voor o.a. ramen), voor meubels, huishoudgerief, onderdelen van machines…

Primaire aluminiumproductie vraagt heel veel energie, maar toch is het een duurzaam ‘cradle to cradle’-product. Het is nl. oneindig 100 % recycleerbaar, zonder enig kwaliteitsverlies. Het omsmelten eist slechts 5 procent van de energie die oorspronkelijk benut is om primair aluminium te produceren.

Bron: Cradle to Cradle – boek van Michael Braungart en William Mc Donough, North Point Press.

Het ‘cradle to cradle’-principe is een ideaal, maar niet altijd mogelijk. Duurzaam omgaan met afval blijft dus een noodzaak en dat houdt voor sommigen onder ons een mentaliteitsverandering in.

Isoleren en luchtdicht afsluiten

Waarom?

Isoleren is veruit de belangrijkste maatregel die je kan nemen om in je huis energie en dus veel geld te besparen. Het heeft veel meer effect dan eender welke andere energiebesparende maatregel. Pas als je huis goed geïsoleerd is, kun je nadenken over bijkomende maatregelen zoals het plaatsen van zonnepanelen.

Isoleren heeft alleen maar voordelen:

· je verhoogt je leefcomfort;

· je hebt een warm huis in de winter en een koeler huis in de zomer;

· je verbruikt pakken minder energie, draagt zo bij tot een beter leefmilieu en bespaart.

Ongeveer 50 % van de energie die we gebruiken, gaat naar verwarming. Deze warmte kan op verschillende manieren ontsnappen: 33 % via het dak, 22 % via de ramen, 10 % via de vloer, 22 % via de muren en 13 % via kieren.

Het dak, de ramen en buitendeuren pak je best eerst aan, omdat daar de grootste warmteverliezen liggen.

Hoe?

De volledige buitenschil (dak, vloer, gevels, vensters, deuren) moet thermisch geïsoleerd worden en de aansluitingen moeten luchtdicht afgesloten zijn. Je kunt trouwens nooit te veel isoleren. Zorg voor een ononderbroken isolatieschild. Dit vraagt veel aandacht tijdens het ontwerp. Je kunt dit heel gemakkelijk controleren door met een potlood op de plannen de lijn van de isolatie te volgen.

Wordt isolatie onderbroken, dan krijg je koudebruggen en dus energieverlies, condensatie en schimmel of bouwschade (denk maar aan betonrot). Schimmelvorming krijg je dus niet door te veel isolatie, maar door de koudebruggen en slechte ventilatie.

Schenk aandacht aan de volgende zaken.

· Alle verbindingen tussen de verschillende constructiedelen moeten geïsoleerd worden: tussen het dak en de muren, de dakramen en de dakconstructie, de muren en de ramen/deuren/poorten, de opgaande muren en de funderingen. Zorg voor een luchtdichte afwerking van het onderdak…

· Isoleer alle aansluitingen en zorg vooral voor een luchtdichte afwerking.

· Zorg voor een ononderbroken dampscherm aan de binnenzijde (de warme zijde) van de isolatie.

Keuze 5: de klimaatbeheersingDe verwarming

Als je duurzaam wilt wonen, dan moet je letten op je energieverbruik. Verwarming neemt ongeveer de helft van je energiebehoefte voor haar rekening. Na voldoende en goed isoleren is de keuze voor een zuinig energiesysteem en de juiste energie een must.

Je kunt kiezen uit fossiele brandstoffen (hout, kolen, aardolie en gas) – maar die zijn eindig, duur, veroorzaken vervuiling en dragen dus bij tot het broeikaseffect – of voor hernieuwbare energie (zon, wind en biomassa). Die is in principe eindeloos, niet vervuilend en heeft geen CO2-uitstoot.

1. Verwarmen met energie uit fossiele brandstoffen

Onder fossiele brandstoffen verstaan we hout, kolen, aardgas en aardolie. Hoewel ze minder duurzaam zijn dan hernieuwbare energie, hebben fossiele brandstoffen zeker nog een toekomst in het ‘duurzaam bouwen’-verhaal. De dag van vandaag is niet iedereen in staat om naar alternatieve energie te stappen (dure investering, onervaren aannemers…). Daarnaast is het marktaanbod in volle evolutie en zitten een aantal nieuwe technologieën nog altijd in de kinderschoenen. Het goede nieuws is dat je ook met fossiele brandstoffen duurzamer kan verwarmen door eenvoudige regels te volgen.

· Een eerste stap is je huis zo goed mogelijk te isoleren om het verbruik te verminderen. Een lage-energiewoning (zie begin van dit hoofdstuk) gebruikt ongeveer maar een derde van de verwarmingsenergie van een traditioneel huis.

· Vervang je oude ketel en kies voor een hoogrendementsketel. Een dergelijke ketel haalt een zeer hoog rendement uit de energiebron, en werkt op aardgas of stookolie.

· Als je bouwt, kiest voor een condensatieketel. Dit zijn de zuinigste toestellen. Het principe is eenvoudig: de rookgassen worden sterk afgekoeld en condenseren. Het water wordt afgevoerd, maar de warmte uit de rookgassen wordt gerecupereerd en komt terug in het circuit. Ze werken op aardgas of stookolie. Let op bij verbouwing: de schoorsteen moet wel aan bepaalde criteria voldoen.

· Zorg voor jaarlijks onderhoud van de installatie (wettelijk bepaald). Dit is niet alleen veiliger, maar ook zuiniger. Bij correct onderhoud zal de installatie het best renderen.

· Plaatselijke verwarmingstoestellen werken op aardgas, stookolie, kolen of hout. Je verwarmt enkel die ruimte die je op dat moment gebruikt en dat is vaak veel zuiniger dan een cv-installatie te laten draaien tijdens de zeldzame koude dagen in het tussenseizoen.

· Zorg voor een apart circuit voor de verwarming van de ruimtes en het sanitair water. Op die manier kan je de verwarminginstallatie voor de ruimtes in de zomer stilleggen en toch warm water hebben, wat het hele jaar nodig is.

2. Verwarmen met hernieuwbare energie

Naast deze traditionele brandstoffen zijn er vandaag veel alternatieven die een duurzamere verwarming van je huis kunnen garanderen.

Pellets

In speciaal daarvoor ontworpen cv-ketels of kachels kan je houtkorrels of pellets verbranden. Ze zijn gemaakt van stukjes afvalhout (zaagmeel en spaanders), hebben een lengte van ongeveer 2 cm en zijn 6 mm dik. Twee kilo pellets geven ongeveer dezelfde energie-inhoud als 1 liter stookolie of 1 m³ aardgas.

Zon

Zonne-energie is gratis, dus waarom zou je er geen gebruik van maken?

We onderscheiden twee soorten zonnepanelen. De ene levert warmte en de andere levert elektrische energie.

· Thermische zonnepanelen worden gebruikt voor de productie van sanitair warm water en/of voor bijverwarming. Een verwarmingsinstallatie op lage temperatuur, die ook voor het sanitair warm water zorgt, is perfect combineerbaar met thermische zonnepanelen.

· Fotovoltaïsche zonnepanelen zetten zonlicht om in elektriciteit. De elektriciteit die je niet zelf verbruikt, kan je terugleveren aan het elektriciteitsnet. Voor elke geproduceerde KWh (ook al gebruik je ze allemaal zelf) krijg je een vergoeding van de energiemaatschappij in de vorm van groencertificaten en/of een premie (zie www.energiesparen.be).

Wind

Je ziet ze steeds vaker en zeker in ons vlakke land: de reuzenwindmolens. Ze leveren rechtstreeks (groene) stroom aan het elektriciteitsnet.

Je eigen windturbine installeren is praktisch niet haalbaar. Tenzij je een heel groot terrein hebt in een grote open vlakte. En dan nog: de installatiekosten en onderhoudskosten zijn aanzienlijk, en een bouwvergunning krijgen is nog een verhaal apart.

Vraag bij je energieleverancier naar groene stroom. Het kost je niets meer. Sommige leveranciers kiezen zelfs uitsluitend voor groene stroom.

Warmtepomp

De warmtepomp is een duurzaam energiesysteem dat energie (zonnewarmte) uit de bodem, het grondwater of de buitenlucht haalt en die omzet in bruikbare energie om een woning of het sanitair water te verwarmen. Een warmtepomp pompt de relatief lage temperatuur van de lucht of het water op tot een hogere temperatuur en dat vraagt energie. De efficiëntie van een warmtepomp is bepaald door haar COP (productiecoëfficiënt): hoe hoger dit coëfficiënt, hoe minder energie de warmtepomp verbruikt.

De ventilatie

Om een gezonde binnenlucht te hebben moet elke woning geventileerd worden. Oudere woningen hebben vaak voldoende spleten en kieren die hiervoor zorgen. Dit is weliswaar ongecontroleerde ventilatie en je verliest zo veel energie via deze ‘ongewilde’ openingen.

Als je bouwt en verbouwt, heb je wel een keuze: zorg eerst voor een luchtdicht afgewerkte en goed geïsoleerde woning, en dan voor een degelijk en liefst gecontroleerd ventilatiesysteem. Als je kiest voor natuurlijke ventilatie, ga voor zelfregelende roosters die voor juist voldoende ventilatie zorgen. Als je kiest voor een volledig mechanische ventilatie, kies voor een systeem dat voorzien is van een warmtewisselaar.

De zonwering

Grote glaspartijen zorgen voor gratis licht, gratis zonnewarmte en een maximale verbinding met de tuin. Alleen is in de hoogzomer de kans op oververhitting zeer groot. De lucht wordt droog en binnen wordt het onleefbaar. Zorg niet alleen voor een goede ventilatie, maar ook voor de juiste zonwering. Buitenzonweringen stoppen de zonnewarmte voor ze in contact komt met de beglaasde oppervlakten en zijn dus het meest efficiënt. Maak zo veel mogelijk gebruik van beweegbare zonwering (screens op rol, rolluik, schuivende luiken, kantelbare lamellen…, maar ook bomen die hun bladeren in de winter verliezen), zo geniet je van een maximale lichtinval als de zon niet schijnt of in donkere winterdagen.

Airconditioning

Airconditioning zuigt de lucht in een kamer af, stuurt die door een koelbatterij en blaast de koudere lucht terug de kamer in. Ze zorgt voor een behaaglijke constante temperatuur, zuivere lucht en de juiste vochtigheidsgraad.

Maar airconditioning gebruikt heel veel energie. Verbruik dat je kan vermijden door te opteren voor een kwalitatief energiezuinig ventilatiesysteem en de juiste buitenzonwering. In ons land is het perfect mogelijk een huis fris te houden zonder airconditioning.

Keuze 6: het gebruik van waterWarm sanitair water

Om het verbruik van energie voor het verwarmen van water te beperken kan je zonne-energie gebruiken. Zelf in België is het mogelijk om de helft van de energie te vervangen door gratis zonne-energie via een zonnecollector op het dak en een aangepaste boilerinstallatie. Meer en meer wordt dit type installatie gekoppeld aan een kleine warmtepomp (zie keuze 5: klimaatbeheersing) om de resterende energie die je nodig hebt, duurzaam te genereren. Met behulp van premies en belastingvermindering kan je deze investering op enkele jaren afschrijven.

Voorverwarmd water voor was- en afwasmachines

Als je het warm sanitair water met behulp van de zon produceert, kan je de afwasmachine, en eventueel de wasmachine, koppelen aan het warmwaternetwerk. Een thermostaat zal de temperatuur optimaal regelen. Je kan zo veel geld besparen voor elke machine die je opzet. Dit type machines verbruikt namelijk het meeste energie bij het verwarmen van het water.

Drinkwater versus regenwater

Ons drinkwater is ook in ons natte landje een schaars goed, waarmee we zuinig moeten omspringen. En hoe minder drinkwater we verbruiken, hoe minder afvalwater we produceren. Want ook dat vergt een dure infrastructuur voor afvoer, verzamelen en zuivering.

In België regent het gemiddeld meer dan een dag op twee. Er is meestal geen gebrek aan regenwater. Daarvoor is het aangewezen een regenwaterput te voorzien bij het bouwen of verbouwen van een woning. Het regenwater is niet alleen bruikbaar voor de tuin en het wassen van de wagen, maar ook, met gebruik van een aangepaste filter, voor het spoelen van de toiletten en voor de wasmachine. Met een kwalitatieve filter kan het regenwater zelfs voor het bad en de douche gebruikt worden.

Infiltratie van regenwater

Leg je oprit en tuinverharding zo aan dat het hemelwater in de bodem kan infiltreren en de grondwaterlagen weer aanvullen.

1. grastegels in beton of kunststof

2. steenslag

3. grofkorrelige dolomiet

4. bestrating met brede voegen

Zo wordt de nood aan riolering en waterafvoer beperkt.

Keuze 7: het gebruik en de productie van elektriciteit

Elektriciteit wordt in de centrale opgewekt op basis van aardolie en/of kernenergie. Voor je 1 Kw elektriciteit bij jou binnenkrijgt, heeft het al 2,5 keer zoveel primaire energie nodig gehad om aangemaakt te worden. Tenzij je natuurlijk kiest voor groene energie en je zeker weet dat jouw leverancier enkel groene stroom levert.

Zo niet:

· is het een zeer dure energievorm;

· die eindige bronnen gebruikt;

· kan de kernenergie gevaarlijk zijn;

· worden er broeikasgassen uitgestoten aan de centrale.

Groene elektriciteit

Precies om die redenen zijn de laatste jaren een aantal oplossingen ontwikkeld om de traditionele elektriciteit te vervangen door groene elektriciteit. Deze wordt via hernieuwbare energiekrachten (windmolen, waterturbines, fotovoltaïsche cellen…) geproduceerd. Elke elektriciteitsleverancier probeert nu een deel groene energie aan te bieden. Je hebt dus de mogelijkheid om voor groene energie te kiezen.

Om minder afhankelijk te zijn van de energieleveranciers kan je ook beslissen je eigen elektriciteit te produceren via fotovoltaïsche cellen op je dak. Deze investering is relatief hoog, maar wordt sterk aangemoedigd met premies van de regio’s, belastingvermindering en groene certificaten (je wordt een aantal jaren betaald voor de elektriciteit die je produceert). Daarnaast wordt je elektriciteit naar het netwerk doorgestroomd. Wanneer je je eigen productie niet volledig zelf gebruikt, draait je meter omgekeerd en krijg je geld terug.

Beperken van elektriciteitsgebruik

Er zijn vandaag voldoende oplossingen om je elektriciteitsverbruik te beperken.

· Zorg eerst en vooral voor een slimme installatie. Laat bv. verschillende verlichtingspunten installeren per activiteit die qua intensiteit aangepast zijn aan het type activiteit, in plaats van één zwaar centraal verlichtingspunt in het midden van het lokaal. Zo hoef je niet steeds de hele kamer te verlichten. Dit is zeker geldig voor de keuken, het salon en de slaapkamers.

· Het gebruik van infrarooddetectoren maakt het mogelijk dat verlichting aan- en uitgaat in functie van het daglicht of je aanwezigheid in het lokaal, bv. het toilet. Het licht zal zo nooit onnodig blijven branden. De buitenlichten springen enkel aan als er iemand in het oog van de detector loopt.

· Met een volwaardige domotica-installatie, maar ook een eenvoudiger programma of een set sensoren kunnen een aantal elektrische functies geprogrammeerd worden. Zo starten de machines automatisch op nachttarief, sluiten de zonweringen zich automatisch, zodat je huis koel blijft (en je geen airco nodig hebt)…

Laat je goed adviseren door een specialist of je architect.

Keuze 8: de tuin

Integreer je woning in het bouwterrein, benut natuurlijke glooiingen, houd rekening met oude bomen, een moeras, een beek of vijver. Onze groene omgeving is belangrijk. Vlaanderen is een lappendeken en echt grote natuurgebieden zijn er bijna niet. Alle kleine stukjes (natuur)tuin samen kunnen voor planten, vogels en dieren een natuurgebied zijn. De zorg voor een duurzame tuin is even belangrijk als de zorg voor een duurzame woning.

De duurzame tuin

· Draagt bij tot het herstel en behoud van het landschap en milieu in jouw buurt. Kijk naar de natuurlijke omgeving in de buurt van je woning. Zorg dat je tuin een verlengde ervan wordt. Op die manier werk je mee aan duurzaamheid.

· Heeft planten (struiken, bomen…) in functie van de bodem en het (micro)klimaat. Dus planten uit exotische oorden laat je beter waar ze thuis horen.

· Heeft een gelaagde begroeiing: het gras, de vaste planten, de struiken en de bomen. Pas dan krijg je een duurzaam evenwicht dat ook het leven in je tuin bevordert: elke laag heeft dieren die er thuis horen. Een tuin met enkel gazon oogt niet alleen lelijk, maar is ook bloedheet in de zomer en zeer schraal in de winter.

· Houdt rekening met de ecodynamiek van de planten. Er zijn nu eenmaal vlugge en trage groeiers.

· Is arbeidsarmer. Bekijk niet elk kruidje dat je niet kent met argusogen. Misschien staat het daar wel echt op zijn plaats.

· Is mooi en harmonieus.

· Werkt het samenleven tussen mens, plant en dier in de hand. De natuur is onze vijand niet – ook de mieren, muizen en wespen niet -, we hebben allemaal onze rol.

Bron: De ecologische siertuin van John Rigaux en Rosette Vercauteren

Een groendak

Heb je groene vingers, een plat dak en is er verder weinig groen in jouw buurt? Overweeg dan een groendak.

· Het oogt mooi.

· De planten halen CO2 uit de lucht en geven zuurstof af.

· Het is een extra isolatielaag en bespaart dus energie.

· Het is een waterbuffer, want de planten houden het (regen)water vast.

Maar let op het volgende.

· Je kunt niet van elk plat dak een groendak maken. De constructie moet stevig zijn, want er komt extra gewicht op van planten, substraat, keien en water.

· Niet alle planten zijn geschikt voor dat milieu (geen bomen en struiken, maar wel kruipplanten en vetplanten)

· De aanleg moet met zorg gebeuren, laat je adviseren door een ervaren groendakspecialist.

· Zo moet een worteldoek ervoor zorgen dat de wortels van de planten de structuur van het dak niet beschadigen.

ExtraEnergiezuinig = duurzaam?

Als je een energiezuinige woning wilt hebben, zorg dan zeker voor een goede oriëntatie, en voor een uitstekende isolatie én ventilatie. Op die manier verminder je het energieverbruik.

Wil je een duurzame woning, dan moet je veel verder gaan dan louter je energieverbruik reduceren. Je maakt dan keuzes die rekening houden met de mens, het milieu én de economie en die zich niet beperken tot de fase dat je effectief in je huis woont. Ook de fase vooraf (bv. ontginning en/of aanmaak en transport van de bouwmaterialen) en de fase nadien (bv. recycleerbaarheid van de gebruikte materialen, aanpasbaarheid van je woning) worden in de weegschaal gelegd. Kortom, elke duurzame woning is energiezuinig, maar lang niet elke energiezuinige woning is duurzaam.

Passiefhuis

In een passiefhuis worden de warmteverliezen tot een minimum gereduceerd d.m.v. verder doorgedreven isolatie, een grote luchtdichtheid en warmterecuperatie via het ventilatiesysteem. De passieve warmtewinsten uit de bodem en de zon worden zo efficiënt mogelijk gebruikt. Een passiefhuis heeft geen conventioneel verwarmingssysteem nodig en toch heerst er een comfortabel binnenklimaat.

De energiebehoefte ligt er vier keer lager dan in een gemiddelde woning:

· verbruik voor verwarming is minder dan 15 kwh/m² per jaar;

· totaal energieverbruik voor verwarming, warm water, verlichting, elektrische apparaten is lager dan 42 kWh/m² per jaar.

Relatie ruimtes onderling en ruimtes-buiten

· Zorg voor voldoende daglicht in elke ruimte.

· Bij een grote glasoppervlakte op de zuidgevel, zorg je voor warmeluchtcirculatie tussen het gelijksvloer en de verdieping(en) via een mezzanine of trap (voorverwarming van slaapkamers in de late namiddag). Let op voor oververhitting in de zomer en voorzie buiten zonwering voor de glasoppervlakte.

· Isoleer de muren tussen de koude ruimtes (bergplaats…) en de warme ruimtes (living…) (beperking intern warmteverlies).

· Zorg voor aparte lokale in plaats van open ruimtes, als een hoge temperatuur (badkamer) of lage temperatuur (bergplaats) gewenst is.

· Reduceer de verloren ruimtes (inkom, gang…) en creëer een sas voor de overgang van binnen naar buiten.

Samenwonen?

Onze gezinnen zijn kleiner dan vroeger en we leven veel langer. Dat betekent dat er toch nogal wat ruime huizen op de markt komen die voor onze kleine gezinnen te groot zijn. Vlaanderen raakt ook zowat volgebouwd. Misschien kan je de beschikbare ruimte anders bekijken?

Kangoeroewonen

Een oudere persoon of koppel woont in een kleinere woning aangebouwd aan de woning van het jonge gezin. Of ze wonen op de gelijkvloerse verdieping in een groot huis, het jonge gezin op de andere verdiepingen. Beide gezinnen wonen goedkoper en er is een stuk onderlinge zorg.

Groepswonen

Je woont samen met anderen in een groot huis/oude hoeve en deelt een of meerdere kamers (de leefruimte, de keuken…) en eventueel ook de tuin. Er is wederzijdse hulp en steun mogelijk. Voorbeeldproject: La Grande Cense in Clabecq, www.lagrandecense.be.

Bio-ecologisch bouwen?

Bio-ecologisch bouwen betekent veel meer dan bewust kiezen voor een gezond huis in een gezonde leefomgeving.

Je spreekt maar van bio-ecologisch bouwen als je gebruik maakt van bio-ecologische bouwmaterialen. M.a.w. je kiest, waar mogelijk, voor onuitputtelijke natuurlijke grondstoffen en energiebronnen die, als het kan, lokaal beschikbaar zijn. Het hangt dus helemaal niet af van de bouwmethode: zowel binnen de traditionele bouwmethode als bij de skeletbouw kan je bio-ecologisch te werk gaan.

Uiteraard worden alle aspecten van duurzaam bouwen bij bio-ecologisch bouwen ook optimaal toegepast: van de keuze van de woonplaats tot het gebruik van energiebesparende installaties en technieken.

IFD-bouwen?

IFD staat voor industrieel, flexibel, demontabel. Om gebouwen op lange termijn blijvend aanpasbaar te maken en dus zuiniger om te springen met eindige grondstoffen, wordt veel verwacht van IFD-bouwen.

Het gaat om een compleet bouwconcept met veel voordelen. De industrieel geprefabriceerde bouwelementen hebben dezelfde kwaliteit en kunnen op een snelle én controleerbare manier verwerkt worden. Het concept is zeer flexibel, daarom is er veel ontwerpvrijheid en de mogelijkheid om volumes en indeling aan te passen aan de behoefte van de bewoners. Achteraf zijn de delen gemakkelijk te demonteren en opnieuw samen te stellen of in een ander project te gebruiken.

Wat zijn bio-ecologische bouwmaterialen?

Een bio-ecologisch bouwmateriaal bestaat voornamelijk uit natuurlijke basisgrondstoffen zonder toevoeging van chemische of schadelijke toeslagstoffen.

Ze zijn plantaardig, dierlijk of mineraal.

· De voorkeur gaat uit naar nagroeibare materialen uit land- en bosbouw: vlas, stro, schapenwol, kurk, riet, hout, katoen, bamboe, zetmeel, lijnolie…

· Aanvaardbare materialen worden voornamelijk uit oppervlaktedelfstoffen vervaardigd: zand, klei, leem, bakstenen, kleipannen, gips, natuursteen…

· Te mijden materialen zijn afgeleide producten uit de petrochemie: harde isolatiematerialen, verven en lakken op basis van solventen, PVC…

Ventilatie in combinatie met luchtdichtheid

Door goed te isoleren en de luchtdichtheid te garanderen wordt veel energie bespaard. Let wel dat de kwaliteit van het binnenklimaat zal achteruitgaan bij gebrek aan verse lucht en afvoer van vervuilde lucht en vochtigheid. Voor de gezondheid van de inwoners, maar ook van het gebouw moet er m.a.w. permanent geventileerd worden. Wist je dat een familie van 4 personen ongeveer 10 liters per dag vochtigheid genereert en dat een persoon 20 m³ verse lucht per uur nodig heeft om zich goed te voelen?

Om de voordelen van een goede luchtdichtheid niet te verliezen, moet de ventilatie maximaal gecontroleerd zijn. Een bijkomend voordeel is dat mechanische ventilatie de warmte van de afgevoerde lucht zal recupereren om hiermee de toegevoerde lucht voor te verwarmen.

Thermische isolatie is geen akoestische isolatie

Er is een verschil in dikte en samenstelling tussen beide isolatiesoorten. Ze hebben ook een andere functie.

· Geluidsisolatie moet geluid en vooral trillingen (lucht en constructie) tegenhouden. De geluidsisolerende waarde van een product is afhankelijk van de massa en het gewicht per m². Dus hoe zwaarder en hoe dikker een muur of isolatiemateriaal is, hoe beter dit het geluid buiten houdt.

· Thermische isolatie houdt de warmte binnen en houdt vooral stilstaande lucht vast. Vandaar dat die isolatieproducten meestal heel licht zijn en veel ‘lucht’cellen bevatten. Denk maar aan rots- en glaswol of cellulose (vlokken afkomstig van papier).

Al is het niet zo dat thermische isolatie geen geluidwerende eigenschappen heeft en akoestische isolatie geen warmte-isolerende eigenschappen.

De veranda als warmtebron

Met een warmteserre of een veranda krijg je een extra ruimte die verbonden is met het buitengebeuren. Zij geeft je licht en zon (oriëntatie zuid-zuidwest) en is dus een opslagplaats van gratis zonnewarmte (warmtebuffer). In veel lage-energiewoningen en passiefhuizen bouwt men een warmteserre tegen de zuidgevel aan. Deze ruimte is verbonden met de rest van de leefruimte, maar kan ook afgesloten worden met (glazen) deuren. De binnenmuren van de serre zijn uit steen of leem en slaan een grote hoeveelheid warmte op.

De deuren gaan open of dicht naargelang je warmtebehoefte. Op zonnige winterdagen en in het tussenseizoen krijg je een opslag van gratis warmte: passieve zonnewinsten. En dat is een grote energiebesparing.

Voor een goed energierendement let je op:

· een luchtdichte afwerking van de ruimte, hoogrendementsglas, schrijnwerk van zeer goede kwaliteit, een goede isolatie van de vloer;

· een binnenmuur uit steen of leem die de warmte kan opslaan;

· zonwerende beglazing en/of een buitenzonwering;

· een ventilatiesysteem waarin de warme lucht bovenaan weg kan (via dakramen bijvoorbeeld) en onderaan verse en frisse lucht binnenkomt.

Warmtekrachtkoppeling?

Warmtekrachtkoppeling is de gelijktijdige opwekking van elektriciteit en warmte. Daarbij wordt de warmte, die in een gewone elektriciteitscentrale verloren gaat, gerecupereerd en doorverkocht aan de industrie, voor de verwarming van scholen, gebouwen, serres of woonwijken… Gemiddeld besparen kwalitatieve warmtekrachtinstallaties ongeveer 16 % energie ten opzichte van de gescheiden productie van dezelfde hoeveelheid elektriciteit en warmte in een elektriciteitscentrale en een ketel.

Het gaat dus altijd om grote installaties.

· Het rendement ligt hoger dan bij een aparte productie van elektriciteit en warmte.

· Er is een optimaler gebruik van natuurlijke bronnen.

· De CO2-uitstoot ligt gevoelig lager dan bij een gescheiden productie van elektriciteit en warmte.

· Minder behoefte aan koelwater, dus geen thermische pollutie.

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels