‘Een baksteen in mijn maag, maar ik kan niets kopen. Ik moet mijn geld dus ‘wegsmijten’ aan huur’

Nieuws

'Waar en hoe je woont, is een graadmeter voor je welvaart', schrijft Lies Corneillie in deze bijdrage voor het Schaduwparlement. 'Een woning kopen is voor velen een utopie -zoals voor mij- maar zelfs betaalbaar huren is voor meer en meer mensen een onhaalbare droom.'

Het nieuwste onderzoek over Wonen in Vlaanderen brengt verbluffende cijfers aan het licht over de kostprijs en kwaliteit van wonen. Het aantal eigenaars daalt. 20% van de eigenaars kon enkel een woning kopen door de financiële steun van de (groot)ouders. De huurprijs stijgt. 1 op 5 verhuurders discrimineert op basis van afkomst en 1 op 3 verhuurt liever niet aan een huurders met een vervangingsinkomen. Eén miljoen woningen is in slechte staat, vooral op de huurmarkt.

Al deze cijfers op een rij maken me boos. Woonbeleid is één van de thema’s waarbij ik moeilijk de kalmte kan bewaren. Waar en hoe je woont, is een graadmeter voor je welvaart. Als je deze feiten bekijkt, weet je dus dat een grote groep het moeilijk heeft om betaalbaar en kwalitatief te wonen. En wie tussen de lijnen leest, weet dat een grote groep een verhoogd risico loopt om in de armoede te belanden: zij die zich met een beperkt of onzeker inkomen blauw betalen aan huur en de energiefactuur.

Een woning kopen is voor velen een utopie (zoals voor mij), maar zelfs betaalbaar huren is voor meer en meer mensen een onhaalbare droom.

Samenhuizen is geen wettelijke formule

Maar ik prijs me gelukkig. In mijn zoektocht naar een huurappartement trok ik 5 jaar geleden het winnend lotje uit de loterij, en vond dat ene fantastische appartement met een al even fantastische huisbaas. Ik huur voor zo’n 500 euro (wie Leuven kent, weet dat dit een uitzondering is) en ook de andere kosten blijven binnen de perken. Mijn huisbaas verdient de titel van beste verhuurder van Vlaanderen. Als goede huisvader onderhoudt hij nauwkeurig zijn eigendom. En de huur investeert hij in energiebesparende maatregelen, wat ik dan weer rechtstreeks voel op mijn energiefactuur.

Voor 400 euro per maand vind je amper een studentenkot

Ik besteed nu maximum 1/3 van mijn inkomen mijn woonst. 1/3 is de max, zo luidde ook de campagne in aanloop naar de verkiezingscampagne van mei 2014. Ik kreeg de opdracht om samen met een koppel en hun zoontje op zoek te gaan naar een betaalbare woning. De richtlijn: besteed maximum 1/3 van het gezinsinkomen aan huur, kosten en energie.

Fiscaal voordeel voor wie kan investeren in een eigen woning

De baksteen ligt op mijn maag. Elke keer iemand zegt: ‘Koop toch iets, want huren is weggesmeten geld’, gaat die baksteen wat meer wegen. Want ik kan niets kopen, en dus kan ik niet anders dan mijn geld ‘wegsmijten’ aan huur. Terwijl zij die wél kunnen kopen -en het is hen van harte gegund- hun geld niet ‘wegsmijten’, maar investeren in iets wat van hén is. Zij genieten een fiscaal voordeel. Die eigen woning is bovendien ook een zekerheid voor later. Wie geen woning bezit, zal later met zijn pensioen ook nog huur moeten betalen, terwijl de lening van de eigenaar al lang is afbetaald.

Waar en hoe je woont is de graadmeter voor je welvaart. Het gevoerde beleid bouwt mee aan een kloof tussen rijk en arm, over generaties heen. Het geeft een fiscaal duwtje in de rug van wie het eigenlijk het minst nodig heeft. Een huis bezitten is natuurlijk geen doel op zich. Het doel is om betaalbaar én kwalitatief te wonen zonder dat je het risico loopt om in armoede te belanden. Die garantie is er vandaag te weinig, het beleid werkt zelfs het tegendeel in de hand.

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels