Een degelijke ventilatie: een must

Een degelijke ventilatie: een must

Ventilatie en airconditioning

Kwaliteit en temperatuur van de lucht in een woning zijn tegenwoordig vaak onderwerp van debat, of het nu gaat over comfort of hygiëne, winter of zomer. Hoe kan u de kwaliteit van de lucht in huis verbeteren met behulp van ventilatie? Hoe kan u oververhitting in de zomer tegengaan? Wij gingen op zoek naar mogelijke antwoorden.

Degelijk ventileren …

Onze huizen worden steeds beter geïsoleerd. Vandaar dat ook steeds krachtiger ventilatiesystemen op de markt komen. Vroeger werd de verluchting verzekerd door talloze spleten in de schil van een gebouw. De huidige ontwerpen zijn er echter op gericht om zo weinig mogelijk lucht en warmte te laten ontsnappen.

Toch is dat niet de enige reden: de nood aan luchtverversing in huis vloeit ook voort uit onze binnenhuisactiviteiten, de vochtigheidsgraad, (lichamelijke of huishoudelijke) geurtjes … Ook de aanwezigheid van vervuilende stoffen kan ventilatie nodig maken.

In de omgeving kunnen elementen aanwezig zijn die zowel onze gezondheid als de levensduur van het gebouw kunnen schaden : straling, vocht … Bij verluchting draait het niet alleen om pure (economische) noodzaak, maar ook om hygiëne en comfort.

Eigenlijk zou een woning moeten kunnen ademen zoals het menselijk lichaam, haast spontaan dus. Die “natuurlijke” ademhaling is echter niet zo evident. Daarom werd een (tot hiertoe indicatieve) norm opgesteld: de NBN D50-001 is voortaan in de drie gewesten verplicht, in Wallonië was de norm al van kracht sinds 1996.

Een vereenvoudigde interpretatie?

In veel documenten komt de norm neer op een keuze uit vier ventilatiesystemen. Wie zich verder in de tekst verdiept, merkt dat die systemen hoge eisen stellen en een aanzienlijke invloed hebben op het ontwerp van de woning en de inplanting van de verschillende vertrekken.

Hoe zit dat nu precies? Kan u zelf kiezen welk systeem u wil hanteren? Hoeveel speelruimte heeft u daarbij? De vier systemen onderscheiden zich van elkaar door het type luchtaanvoer (toevoer) en luchtafvoer (extractie) in een gebouw: natuurlijke toevoer, mechanische aanvoer, natuurlijke afvoer en mechanische extractie.

De (natuurlijke) toe- en afvoer wordt verzekerd via roosters in de gevel of het lijstwerk, (mechanische) aanvoer en extractie via een gecentraliseerd ventilatiesysteem.

De toevoer van verse lucht moet gebeuren in de “droge” ruimten, de afvoer in de “vochtige” vertrekken en de doorstroming via hallen en trappenhuizen. Een afzuigkap wordt slechts in uitzonderlijke gevallen beschouwd als een onderdeel van een ventilatiesysteem.

Wie de tekst van de norm iets aandachtiger leest, zal vaststellen dat ook andere ruimten verlucht moeten worden : garages, stookruimten, kelders, zolders …

Een kritische kijk …

Welke elementen kunnen onze keuze voor een van de vier systemen beïnvloeden?

Systeem A wordt vaak gezien als het goedkoopste en het minst complexe wat de technieken en de afmetingen betreft. Aangezien het esthetische aspect een subjectief gegeven is, staan we daar niet bij stil. Temeer daar de fabrikanten heel wat inspanningen leveren om ventilatieroosters steeds discreter te maken. Dit systeem – gebaseerd op eventuele drukverschillen loodrecht op de verschillende roosters – haalt in de praktijk slechts zelden het gewenste

ventilatiedebiet. Het laat tevens aanzienlijke thermische verliezen optekenen (20 tot 30 % van de totale thermische verliezen in een pand). Aangezien de verticale afvoerkanalen bovendien zo dicht mogelijk bij de nok van het dak moeten uitmonden, zijn de gebruiksmogelijkheden van dit systeem erg beperkt.

De meeste vertegenwoordigers en technici zijn het erover eens: behalve wanneer de aangevoerde lucht moet worden behandeld óf wanneer het huis in overdruk moet worden geplaatst om te vermijden dat vervuilende stoffen van buitenaf binnendringen, kan u systeem B beter vermijden. Dat houdt, door het creëren van de overdruk, te veel risico’s op geluidsoverlast in.

Het traditionele systeem C, dat vaak wordt verward met een afzuiginstallatie voor toiletten, verbruikt veel energie, omdat de lucht vanuit de keuken, de badkamer en het toilet naar buiten wordt gezogen zonder dat de warmte wordt gerecupereerd. Met andere woorden: u laat koude lucht binnenstromen, warmt die op en voert hem daarna af. Opteert u voor dit systeem, combineer dat dan met een warmtepomp die de calorieën uit de afgezogen lucht recupereert. Om aan de nadelen tegemoet te komen ontwikkelden sommige fabrikanten systemen (” C+ ” genaamd) als combinatie van enerzijds zelfregelende luchtverversers die, los van drukverschillen (wind …),een constant debiet garanderen en anderzijds afzuigsystemen met een stille motor en een laag verbruik én verstelbare roosters die via bewegings- en vochtdetectoren worden geactiveerd.

Systeem D vertoont dezelfde problemen qua warmteverlies als systeem C, maar – en dat weet momenteel heel wat kandidaat-bouwers en ontwerpers te verleiden – wordt gekoppeld aan een warmterecuperator die de inkomende lucht voorverwarmt. Om efficiënt te zijn heeft dit systeem een degelijke isolatie nodig en moet de mantel luchtdicht zijn, anders is er onvoldoende controle op de in- en uitgaande stromen.

De kleine lettertjes …

Indien u de lucht die het huis binnenkomt, op een “natuurlijke” manier wil voorverwarmen, kan u – indien aan alle technische voorwaarden werd voldaan – gebruikmaken van een Canadese put. De buitenlucht circuleert dan in een onderaardse koker. Het systeem vereist een buizenstelsel dat over een lengte van 30 tot 40 m wordt ingegraven op een diepte tussen 1,8 en 2 m. Op die manier wordt de buitenlucht afgekoeld in de zomer en met een tiental graden opgewarmd in de winter. De afmetingen van een dergelijk systeem moeten voor elk project nauwkeurig worden bepaald naargelang van de ondergrond. Een ventilatiesysteem dat niet met een warmtewisselaar werd uitgerust, kan na de aanleg van een dergelijke put een besparing van zowat 150 euro per jaar opleveren. U moet hoe dan ook steeds de investeringskosten afwegen tegen uw potentiële winst om na te gaan of de investering wel de moeite waard is.

U kan overwegen om op de systemen B en D bijkomende systemen voor luchtbehandeling aan te sluiten. Die filters kunnen uit de lucht fijne en vervuilende deeltjes halen of voorkomen dat stof in bepaalde vertrekken binnendringt. Het kan gaan om elektrostatische filters die fijne deeltjes en pollen tegenhouden, om actieve koolstoffilters die bepaalde gassen en geuren opslorpen, óf om uv-lampen die verhinderen dat bepaalde kiemen in huis doordringen. De filters moeten regelmatig (1 tot 2 keer per jaar) onderhouden worden om de prestaties van het systeem optimaal te houden en gezondheidsproblemen te vermijden.

Aangezien gebouwen luchtdichter zijn, is het risico op interne oververhitting tijdens de zomer eveneens groter. Sommige mechanische systemen voor luchttoevoer worden dan ook gekoppeld aan een systeem voor nachtelijke ventilatie, dat gebruikmaakt van de nachtelijke koelte om de verhitte vertrekken af te koelen. Bij het kiezen van een dergelijk systeem moet u vooral letten op de geluidshinder, waarvan u meer last zal hebben ’s nachts dan overdag. Een dergelijke installatie garandeert u geen vaste binnentemperatuur, maar zorgt voor een temperatuurverschil tussen binnenshuis en buiten. Anderzijds verbruiken de warmtepompen, die ook voor afkoeling zorgen, behoorlijk wat energie. Een variant op dergelijke mechanische systemen wordt gemeenzaam “intensieve nachtventilatie” genoemd. Daarbij wordt van de laagste nachttemperatuur gebruikgemaakt om het huis af te koelen door te zorgen voor luchtcirculatie via de open ramen (per uur wordt het interne luchtvolume 5 tot 10 keer ververst). Die gewilde “tocht” moet echter goed overwogen worden om geen afbreuk te doen aan uw nachtelijk comfort en om uw veiligheid niet in het gedrang te brengen. Voor ramen die wijdopen staan, zijn speciale horren verkrijgbaar.

Systemen voor klimaatregeling worden in eengezinswoningen minder gebruikt, omdat hun energiekost hoger ligt. Die laten u toe te variëren in de temperatuur, de kwaliteit en het debiet van de inkomende lucht. Bij het berekenen van de energieprestaties van uw pand kan het risico op oververhiting worden bepaald op basis van de afmetingen en de ligging van de ramen en sommige structurele elementen. Vraag aan wie uw plannen uittekent, om die analyse al tijdens het voorontwerp te maken, zodat het risico op oververhitting wordt verminderd en u geen dure systemen voor klimaatregeling hoeft te installeren. Wil u toch zo’n toestel installeren, besef dan dat u bepaalde premies dreigt mis te lopen. Installeert u naderhand een systeem voor klimaatregeling, bereken dan nauwkeurig het vereiste vermogen (in kaart brengen van het af te koelen volume, gewenst temperatuurverschil …) en de werkingskosten vóór u met de werken start. Vermijd vooral het gebruik van een toestel dat warme lucht via een halfopen raam afvoert. Door het halfopen raam verliest u immers een groot deel van de voordelen die het toestel u oplevert.

Besluit

Wordt u geconfronteerd met een risico op oververhitting, dan kan u – zonder de vorm van uw project te wijzigen – verschillende types zonnewering inbouwen (lees hierover ook het artikel in dit nummer).

Voor welk systeem u ook kiest, verlies nooit uit het oog dat het slechts gaat om een technisch element dat moet zorgen voor meer welzijn. Het kan nooit een doordacht ontwerp, noch een slimme indeling van uw huis vervangen. U kan een perfect gezonde woning bouwen zonder mechanische systemen. Die zijn enkel bedoeld om het binnenklimaat te optimaliseren. Probeer een evenwicht en een oplossing te vinden naargelang van uw budget en uw leefgewoonten …

Tekst Cédric Bourgois

Ik ga Bouwen & Renoveren 07/2008

Tips

TIP

Om een evenwicht te vinden tussen het binnenvallende zonlicht en het risico op oververhitting, zonder de installatie van een koelsysteem, wordt 10 % beglazing in het noorden, 15 % in het westen, 25 % in het oosten en 50 % in het zuiden aangeraden. Deze theoretische regel zegt echter niets over de te gebruiken zonnewering.

Extra: Wettelijk kader EPB

De energieprestaties van gebouwen worden berekend aan de hand van het isolatieniveau, het energieverbruik en de risico’s op oververhitting ten gevolge van de positie van de ramen en de muren.

Daar waar het Brusselse Hoofdstedelijke gewest en Wallonië het hebben over de energieprestaties van gebouwen, hanteert Vlaanderen de verregaande terminologie : ” energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen “. In werkelijkheid is er tussen de drie regio’s echter weinig verschil als het op de bepaling van de E-waarde aankomt.

Wettelijke context binnen NBN D50-001

De Belgische norm, die al dateert uit 1991, formuleert richtlijnen om uw huis doeltreffend te verluchten. Hij definieert een reeks criteria voor basisventilatie en intensieve ventilatie. Hij baseert zich daarbij op onder andere de aanvoer van verse lucht in zogenaamd “droge” ruimten (woonkamer, slaapkamer, kantoor …), de doorstroming van die lucht naar zogenaamd “vochtige” vertrekken (keuken, washok, toilet …) én de afvoer van vervuilde lucht uit die vochtige lokalen

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels