Energiezuinige huizen, lage-energiewoningen… what’s in a name

Duurzaam bouwen, Recht en financiën

Energiezuinige huizen, lage-energiewoningen, een huis conform de EPB-regelgeving, passiefhuizen, een woning gebouwd volgens de bio-ecologische principes, duurzaam bouwen ...

Energiezuinige huizen, lage-energiewoningen, een huis conform de EPB-regelgeving, passiefhuizen, een woning gebouwd volgens de bio-ecologische principes, duurzaam bouwen …

Allemaal termen waarmee wordt gegoocheld. Wat betekenen ze eigenlijk? En waar zitten de verschillen? Wij zetten de belangrijkste begrippen op een rij.

1. Twee visies met eigen accenten 1.1 Duurzaam

Duurzaam bouwen is het meest omvattende begrip en kadert binnen de filosofie van duurzame ontwikkeling zoals die in 1987 in het rapport van de Brundtland-commissie van de Verenigde Naties is omschreven. Duurzame ontwikkeling, houdt in dat we “voorzien in onze huidige behoeften zonder een claim te leggen op de mogelijkheid voor de komende generaties om later in hun behoeften te kunnen voorzien.”

Duurzaam bouwen is bijgevolg niet alleen goed voor het milieu, maar bevordert ook de leefbaarheid, veiligheid, gezondheid, flexibiliteit, rentabiliteit en het wooncomfort.

Bovendien strekt het zich uit over meerdere niveaus: van de bouwdetails (materialen, uitrusting) over het eigenlijke gebouw (energieprestaties, milieubelasting, kostprijs, binnenklimaat, toegankelijkheid, aanpasbaarheid) tot de wijk, gemeente, stad, regio (ruimtegebruik, leefbaarheid, veiligheid, bereikbaarheid en mobiliteit). In de praktijk wordt vaak de driestappenstrategie gehanteerd: 1. beperk de vraag; 2. gebruik duurzame bronnen en 3. spring zuinig om met eindige bronnen.

1.2 Bio-ecologisch

Bio-ecologisch bouwen ligt in de lijn van duurzaam bouwen, maar legt eigen accenten. “Bio-ecologisch bouwen is energie- en waterbesparend bouwen met zo weinig mogelijk chemische en/of schadelijke materialen en stoffen in en rond het gebouw, rekening houdend met de draagkracht van de aarde en met de gerechtvaardigde behoeftes van huidige en toekomstige generaties wereldwijd.” Zo wordt het geformuleerd door het Vlaams Instituut voor Bio-ecologisch bouwen en wonen (kortweg: VIBE).

In deze definitie wordt de klemtoon gelegd op het creëren van een gezonde leefomgeving door het gebruik van bio-ecologische bouwmaterialen. Dat zijn materialen die bestaan uit (quasi) onuitputtelijke natuurlijke basisgrondstoffen, zonder of met zo weinig mogelijk chemische toevoegingen. Onder natuurlijke grondstoffen verstaat men plantaardige, dierlijke en/of minerale grondstoffen.

Materialen worden onderverdeeld in drie groepen: voorkeur (bijvoorbeeld vlas, hennep, hout, stro, kokos …), aanvaardbaar (ruim voorradige grondstoffen als klei, zand, leem, water …) en te vermijden (synthetische materialen).

1.3 Het verschil

Beide visies hebben een vergelijkbaar uitgangspunt: ervoor zorgen dat we met onze nood aan energie de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen niet hypothekeren. Ook de oplossingen die ze daarvoor aandragen – bijvoorbeeld hoe we onze huizen moeten gaan bouwen -, lopen gelijk.

Het verschil zit in de manier van benaderen en de keuze van materialen. In beide visies is energieverbruik en energiezuinigheid maar één aspect van een groter geheel, zij het wel een heel belangrijk aspect, vooral ook omdat het zich laat vertalen in heel concrete oplossingen en cijfers.

2. Energiezuinig in gradaties: EPB-conform

Op aansturen van Europa hebben de deelregeringen van ons land een Regelgeving voor Energieprestatie en Binnenklimaat (kortweg EPB) opgesteld. Doel is om energiezuinige woningen tot de norm te maken.

In Vlaanderen is deze wetgeving van kracht sinds januari 2006, in Wallonië en Brussel zal ze in de loop van dit jaar kracht van wet krijgen. Deze wetgeving geldt voor alle nieuw gebouwde woningen, maar ook voor grote verbouwprojecten. En dat betekent dat alle nieuwe gebouwen een bepaald niveau van thermische isolatie en energieprestaties moeten halen. Hoe goed een huis scoort, wordt uitgedrukt in twee cijfers: de K-waarde en het E-peil.

De K-waarde geeft het algemene isolatieniveau aan (muren, daken, vloeren, ramen) en mag niet hoger zijn dan 45. Hoe lager dit cijfer, hoe beter de woning is geïsoleerd.

Het E-peil geeft een beeld van de energiezuinigheid van het totale gebouw. De wettelijke norm is 100 (in Brussel 80) hoe lager het E-peil, hoe beter. Het E-peil wordt berekend op basis van verschillende criteria: isolatie, luchtdichtheid, warmwatervoorziening, verwarming, zomercomfort, hernieuwbare energiebronnen, compactheid, zonnewinsten en ventilatie.

1.1 Lage-energiewoning

Een lage-energiewoning gaat verder dan de wettelijke EPB-norm vereist. De term slaat hoofdzakelijk op de energiehuishouding. Concreet betekent dit dat in deze woning alle courante maatregelen zijn genomen om het energieverbruik zo laag mogelijk te houden: dikke isolatie, een zuinige verwarming, een zuinige warmwaterproductie, een energiezuinige ventilatie …

Men spreekt van een lage-energiewoning wanneer het verbruik voor verwarming niet hoger ligt dan 60kWh/m2 vloeroppervlakte/jaar (Passiefhuis-Platform) of zelfs niet hoger dan 50kWh/m2 vloeroppervlakte/jaar (Brochure ‘Bouwen aan de toekomst’ van het Centrum Duurzaam Bouwen). Het E-peil van een lage-energiewoning ligt om en bij de 60, de K-waarde op 30. In een lage-energiewoning ligt het verbruik gemiddeld zo’n 50 à 60 % lager dan bij een klassieke woning.

1.2 Passiefhuis

Een passiefhuis gaat het verst. Het betekent dat je de woning zodanig gaat isoleren dat een klassieke verwarming niet meer nodig is. Het is een forse investering in maatregelen als driedubbele beglazing met speciaal schrijnwerk, een goede luchtdichtheid, een ventilatie die koude verse lucht van buiten voorverwarmt …

De woning wordt uitsluitend opgewarmd door zonne-energie en de warmte die jijzelf, je activiteiten (koken bijvoorbeeld) en de apparaten in huis afgeven. Het resultaat is een huis dat qua verwarming maar 10 tot 15 % verbruikt in vergelijking met een klassiek woning. Het E-peil ligt om en nabij de 30, de K-waarde ligt ergens tussen 10 en 20.

1.3 Het verschil

Deze drie begrippen focussen op energieverbruik en energiezuinigheid. Ze tonen vooral ook dat je daarin zeer ver kan gaan. Bouwmaterialen komen in die laatste drie begrippen niet aan bod. Duurzame en bio-ecologische huizen zijn per definitie energiezuinig (of zouden dat toch moeten zijn), maar lang niet elk energiezuinig huis is duurzaam of bio-ecologisch verantwoord.

Hilde Verbiest

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels