Gloeilamp is passé

Verlichting

De dagen van de traditionele gloeilamp zijn geteld. Europa wil dat de energieverslindende lichtbronnen op termijn uit de winkelrekken verdwijnen. Zuinigere alternatieven zijn er intussen voldoende. Maar wat dan kiezen? We zetten alle mogelijkheden met hun eigenschappen op een rijtje.

De gloeidraden in een gloeilamp geven pas licht wanneer we ze voldoende opwarmen, eenvoudigweg door er elektrische stroom door te sturen. Dat is meteen één van de grootste pijnpunten van de gloeilamp. Om licht uit te stralen, wordt er ook warmte geproduceerd. En veel warmte mogen we zelfs zeggen, want amper 5 à 10 % van de elektriciteit wordt omgezet in licht. Bijkomend nadeel is de levensduur van de gloeilamp.

Halogeenprobleem

De halogeenlamp borduurt verder op de technologie van de gloeilamp. Daar waar deze laatste in feite een luchtledige of met een niet-reactief gas gevulde glasballon is, wordt er halogeengas als vulling gebruikt bij een halogeenlamp. De halogeenlampen zijn beschikbaar in een laag (12V) en hoog (230V) vermogen. De lampen op laag vermogen werken op een transformator en zijn energiezuiniger dan de tegenhanger op hoog vermogen. Wie nog beter wilt doen, kan opteren voor de ecohalogeenlampen. Die zijn ook beschikbaar in 12V en 230V, maar verbruiken beduidend minder energie. Ze kunnen dan ook een energielabel C of B voorleggen.

Van de meeste halogeenlampen op 230V kan gezegd worden dat ze niet echt veel licht produceren – ongeveer 10 % van de elektriciteit wordt omgezet in licht -, een korte levensduur hebben en eigenlijk te mijden zijn.

Verlichtend gas

Gezien de fragiele gloeidraad en het lage lichtrendement zochten en vonden de verlichtingsproducenten in de jaren 30 al een alternatieve techniek: de gasontladingslampen. In plaats van een gloeidraad is het hier een gasmengsel dat oplicht onder invloed van elektrische stroom. Afhankelijk van de druk van het vulgas kunnen deze lampen worden opgedeeld in hogedruk- of lagedrukgasontladingslampen.

De tl- of fluorescentielamp is zo’n lamp met gasontlading bij lage druk. Heel concreet zorgt een elektronische ontlading ervoor dat het gas oplicht. De levensduur van tl-lampen overtreft die van gloei- en halogeenlampen en bovendien zijn ze vier tot vijf maal zuiniger. Ze zijn met andere woorden de absolute kampioen om het huis op een ecologische manier te verlichten.

Spaarlamp

Wat in de volksmond al jarenlang bekend staat als spaarlamp, is in het vakjargon een compacte fluolamp. Dit is een betere benaming, want de compacte fluolamp is lang niet meer de enige ‘spaar’lamp. Denk maar aan de led. Europa heeft in zijn richtlijn overigens bepaald dat alle lampen met een A-energielabel de naam ‘spaarlamp’ mogen dragen.

Een compacte fluolamp is een stuk duurder dan een gloeilamp maar ze brandt wel zes tot twaalf maal langer. Goed om weten is dat de compacte fluolampen die sneller hun maximale lichtstroom bereiken, een kortere levensduur hebben.

Lichtgevend blokje

Dit brengt ons naadloos bij het de led of light emitting diode. En eigenlijk mogen we een led geen ‘lamp’ noemen. Een lamp is immers een lichtbron in de vorm van een afgesloten glazen omhulsel of ballon rond een gas, al dan niet met een gloeidraad. Dat heeft u ongetwijfeld onthouden uit de bovenstaande toelichting. Een led voldoet niet aan deze eigenschap, want het is een samenstelling van twee halfgeleiders die licht geeft als er elektriciteit doorstroomt. Een led is dus eigenlijk een blokje vaste stof. Het verbruik van leds ligt heel laag en ze geven tot 50.000 uren licht. Meer over ledverlichting leest u in het artikel ‘Een schitterende toekomst’ in dit nummer.

Tim
VanhoveHabitos. be

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels