Hoe een multimedisch bouwproject een regio moet doen oplichten

Nieuws

Réginald Moreels, humanitair chirurg in Beni en gewezen staatssecretaris en minister van ontwikkelingssamenwerking vertelt over het project dat onlangs nog genomineerd was in de Belgian Building Awards.

Vandaag beëindig ik opnieuw een medische zending in het openbaar ziekenhuis van Beni in Noord-Kivu, de regio in het oosten van de Democratische Republiek Congo. De stad Beni telt ruim 400.000 inwoners, bijna net zoveel als Antwerpen dus. Toch moeten zowat een miljoen Afrikanen voor medische hulp terecht in Beni. Mijn UNICHIR multimedisch bouw- en droomproject, dat zopas op Batibouw genomineerd werd voor de Belgian Building Awards, reikt hen niet alleen de hand, maar betrekt hen in een omvangrijke toekomstgerichte projectie.

Toen ik bijna 3 jaar geleden een bezoek bracht aan mijn oudste zoon, die onder meer een koffie- en cacaobedrijf beheert, werd ik als humanitair chirurg zonder grenzen gehapt door de nood aan kwaliteitsgezondheidszorg, vooral een degelijke chirurgische zorg. Buiten wat keizersneden en een paar noodingrepen, vinden hier niet echt essentiële ingrepen plaats, laat staan kankerbehandelingen. In deze streek sterft men aan elke vorm van kanker. Wars van alle sentimentaliteit en met enige ervaring wereldwijd vind ik deze regio een zwarte vlek in de wereld.

Er zijn maar weinig NGO’s die hier een voet neerzetten. Geen multilaterale of bilaterale ontwikkelingsagentschappen zijn er te zien. Af en toe wel eens een Rood af ander Kruis, maar zonder veel resultaat op het terrein. Sinds meer dan 2 jaar broeit in mij de drang om wat te doen aan die zwijgzame noodtoestand , ook al denken sommigen wellicht dat het in Congo een druppel is op een hete plaat. Zo ontstond mijn UNICHIR multimedisch bouw- en droomproject.

Dat is op meerdere aspecten bijzonder. Een erg belangrijk pijler in het project is de zoektocht naar innovatieve vormen van lokaal ondernemerstalent op het vlak van onder andere bouwmateriaal, design en onderhoud. Dit is dé toekomst voor de ontwikkeling van internationale samenwerking. Iedere partner krijgt een plaats in het gezamenlijk project. Uiteraard is er de bouw van een hoogwaardige chirurgisch-verloskundige eenheid, maar het is niet louter een ziekenhuis of kliniekje, die bestaan immers al. Het gaat om de combinatie van een zorgeenheid mét een commerciële apotheek en een distributiecentrum van geneesmiddelen en medisch materiaal, dat voldoet aan de kwaliteitsnormen. Meer nog, het is onze ambitie om van UNICHIR een opleidingscentrum te maken dat past in het curriculum van de specialisatie chirurgie, in afspraak met een regionale bekende universiteit.

Vandaag leggen we al contacten met regionale centra die in andere deelspecialiteiten zeer performant zijn. Een concreet voorbeeld is dat we kankers kunnen behandelen zonder de patiënt te moeten doorverwijzen naar een centrum voor radiotherapie of medische oncologie in Kampala of Kigali.

Voor mij blijft het ook een kapitale uitdaging om medische zorg te kunnen verstrekken aan iedereen, arm of rijk. Zorg is immers duur en kan een familie ruïneren. Daarom hebben we een systeem bedacht waarbij de meest begoeden (en er zijn rijke lui in deze streek) proportioneel meer betalen zodat de minst begoede meerderheid evenwaardig kan behandeld worden. Gratis zorg vind ik een goed idee in echte noodtoestanden, maar eens de financiële hulp wegvalt, blijft de bevolking achter met de kater met plots een bijzonder dure factuur. Daarnaast ontstaan in Beni kleinschalige initiatieven van mutualisering die in samenwerking met bestaande bedrijven een beroepsactiviteit kunnen vergulden in een remgeldsysteem dat veel minder zou kosten aan de patiënt en zijn of haar familie.

Ik vind dat we na meer dan zestig jaar ontwikkelingshulp gekaderd tussen de hand die geeft en de hand die krijgt, andere modellen moeten uittesten. De hulp en samenwerking hebben wel hier en daar een succesje gekend, maar globaal moet je geen beroepscriticaster zijn om te stellen dat enorm veel projecten als een pudding ineenzakken wanneer ze stoppen. Trouwens, als afro-optimist hopend op het progressief verdwijnen van de corrupte regimes: de Afrikanen die permanent hun hand uitsteken, zijn het beu dit spelletje verder te spelen. Er bestaat zoiets als de waardigheid van de schenker en die van de ontvanger.

Ons startbudget bedraagt uitgerekend zowat een miljoen euro. Een lachertje voor een aantal NGO’s, wereldfondsen, of UN-budgetten. Hier en daar, ook in officiële kringen wordt het idee van associatie van ‘private for profit’ en ‘private for non profit’ geapprecieerd. Maar als zo’n type project ingediend wordt, bots ik aan de ene kant op de klassieke ontwikkelingsagentschappen en sommige NGO’s die ‘commercie’ nog altijd een vies woord vinden dat niet past in de charity business, en aan de andere kant op privé-investeerders die vinden dat het commerciële luik niet voldoende kan opbrengen om de chirurgische zorg op een hoog peil te houden.

Ik kan deze korte schets van ons project niet beëindigen zonder de enorm efficiënte hulp van Ondernemers voor Ondernemers (OVO), Architecten Zonder Grenzen te vermelden. OVO heeft ons dermate gesteund in het opstellen van het businessplan. De groep creatieve architecten uit Limburg heeft een bijzonder functioneel en innovatief plan in elkaar getimmerd van UNICHIR. Ook het AZ St. Jan in Brugge heeft ons reeds heel wat materiaal bezorgd. Wij vormen nu een hechte groep ondernemende en creatieve groep mensen die echt begint te geloven dat de droom in de rode zone van Beni realiteit zou kunnen worden. Als dit gebeurt, wordt het project baanbrekend, want duurzaam realiseren in een voortslepende conflictzone is quasi nooit gebeurd, laat staan gepoogd.

Réginald Moreels

Humanitair chirurg in Beni

Gewezen staatssecretaris en minister van ontwikkelingssamenwerking (1995-1999)

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels