Isoleren, maar ook ventileren

Isolatie

Isoleren en ventileren zijn twee totaal verschillende begrippen, hoewel ze dikwijls in een adem worden genoemd. In ieder geval mag u uw woning niet potdicht isoleren zonder ventilatiemogelijkheden in te bouwen, want dan krijgt u gegarandeerd problemen.

Isoleren en ventileren zijn twee totaal verschillende begrippen, hoewel ze dikwijls in een adem worden genoemd. In ieder geval mag u uw woning niet potdicht isoleren zonder ventilatiemogelijkheden in te bouwen, want dan krijgt u gegarandeerd problemen.

Isoleren moet, maar wel goed

Door uw woning thermisch te isoleren, kunt u de warmteverliezen aanzienlijk beperken en uw energiefactuur drukken. Cruciaal is dat het isolatiemateriaal correct wordt geplaatst. Een isolatielaag mag nergens worden doorbroken, maar moet een geheel vormen. Aan de warme zijde (de binnenzijde) moet isolatie voorzien zijn van een luchtscherm dat dikwijls ook dampdicht moet zijn. Als zo’n luchtscherm wordt doorboord, kan dat nefast zijn voor de isolatiewaarde van de constructie. Aan de koude zijde moet er een windscherm zijn. Verder moeten koudebruggen worden gebannen. Koudebruggen ontstaan door een onderbreking in de thermische isolatie, waarlangs warmte van binnen naar buiten ontsnapt. Ze veroorzaken niet alleen een relatief groot warmteverlies, maar geven tevens aanleiding tot condensatie en schimmelvorming. De kans op koudebruggen is vooral groot aan raamlateien die de binnenkant rechtstreeks met de buitenkant verbinden, aan spouwmuren die verbonden zijn met het metselwerk, aan de aansluiting van een binnenmuur met een buitenmuur, aan een betonkolom in de spouwmuur, aan de verbinding van een vloer en een buitenmuur boven een kelder of een geventileerde ruimte.

Isolatiematerialen

Isolatiematerialen zijn er bij de vleet: glas- en rotswol, schuimglas (ook: cellenglas), perliet, vermiculiet, gepandeerd polystyreenschuim (EPS) alias piepschuim, getrudeerd polystyreen (XPS), polyurethaanschuim (PUR), polyisocyanuraatschuim (PIR), ureumformaldehydeschuim (UF), isolerende sandwichpanelen, platen van met cement gebonden PS-korrels, schelpen, vlasdekens, cellulose-isolatie, kurk. Bij de keuze van het isolatiemateriaal moet u letten op eigenschappen zoals de thermische geleiding, de akoestische kwaliteit, de capillariteit, de brandbaarheid, de waterdampbestendigheid, het bestand zijn tegen verrotting, schimmels en insecten, de k-waarde. Wanneer u de isolatie zelf aanbrengt, bent u uiteraard beter af met een materiaal dat gemakkelijk te hanteren is en dat u zonder moeilijkheden kunt versnijden, aanbrengen en verankeren. Een mogelijke gids voor isolatiematerialen is de technische goedkeuring BUtgb (Belgische Unie ter goedkeuring in de bouw).

Enkele begrippen

De fameuze k-waarde alias de ‘warmtetransmissiecoficit’ van een constructie-element staat voor het warmteverlies per men per uur voor een temperatuurverschil van 1 tussen de binnen- en de buitenzijde van een ruimte. Hoe lager de k-waarde van het element, hoe groter het isolerend vermogen. Of nog: hoe kleiner de k-waarde, hoe kleiner het warmteverlies. In ons land zijn normen vastgelegd voor de graad van isolatie, waaraan de volledige woning moet beantwoorden: de K 55-norm. Naast de globale K-waarde zijn er ook normen voor aparte onderdelen van de woning, uitgedrukt in kleine k. De isolatievoorschriften gelden voor nieuwbouwwoningen en voor woningen die grondig verbouwd worden met een bouwvergunning. Bedoeling is het energieverbruik te beperken door middel van een bewuste keuze van de bouwmaterialen en een goede isolatie. De architect moet ervoor zorgen dat de woning in haar geheel voldoet aan de K 55-norm. Om dat te verwezenlijken, kan hij de k-eisen vertalen in minimale isolatiediktes. De warmtegeleidingscoficit (lambda – W/mK) geeft aan in welke mate een bepaald materiaal de warmte geleidt. Hoe gemakkelijker de geleiding van de warmte, hoe hoger de coficit. Met andere woorden: hoe lager de waarde van de coficit, hoe beter het materiaal isoleert. De warmteweerstandscoficit (R) wordt verkregen door de dikte van een materiaal te delen door de warmtegeleidingscoficit. Hoe hoger de R-waarde van een stof, hoe minder warmteverlies. Of nog: hoe groter de weerstandscoficit, hoe beter het materiaal weerstaat aan de warmtedoorgang.

Een hap frisse lucht

Overisoleren, te weinig verwarmen en onvoldoende ventileren leiden dan tot condensatie, vochtproblemen, schimmelvorming, en maken huizen en hun bewoners ziek. Een degelijke en regelmatige luchtverversing is noodzakelijk voor de afvoer van hinderlijke geuren, onzuiverheden in de lucht, huishoudelijk vocht, waterdamp, koolzuurgas, stofdeeltjes, tabaksrook, schadelijke stoffen zoals koolmonoxide en stikstofoxiden. Ventilatie is ook noodzakelijk om verwarmingstoestellen te bevoorraden van zuurstof. Bij ventilatie wordt een onderscheid gemaakt tussen de ongecontroleerde en gecontroleerde ventilatie. Bij de ongecontroleerde ventilatie treedt er een warmteverlies op door kieren en spleten, ongebruikte rook- en afvoerkanalen, hiaten tussen kozijn en raam, de klep van de open haard, deuren tussen verwarmde en niet verwarmde lokalen etc. Gecontroleerd ventileren kan via regelbare luchttoevoerroosters, verluchtingsroosters, vloerventilatiekokers, valramen, ventilatieschuiven, regelbare ventilatieopeningen in de gevel, ventilatiestrips in of boven de raamprofielen, luchtafvoerkokers, mechanische verluchtingsapparaten en andere. Sommige mechanische ventilatiesystemen zijn voorzien van een warmtewisselaar, waardoor de verse lucht eerst wordt opgewarmd met de warmte van de afgevoerde lucht vooraleer in het lokaal te belanden. Andere procs bieden het voordeel dat hun werking aangepast wordt aan de behoeften van elk lokaal afzonderlijk en dat zij klokvast te programmeren zijn. Naast de hoogtechnologisch uitgekiende ventilatiesystemen zijn er een pakket kleine bescheiden ventilatie-ingrepen zoals de verluchtingsroosters. Deze verluchtingsroosters en -strips zorgen meestal voor een regelbare ventilatie. Ze zijn inbraakveilig en het ingebouwde gaas houdt muggen en andere insecten veilig buiten.

Tips

Wanneer u met de architect de isolatie van de woning (muren, vloeren, dak…) bekijkt, moet u ook even denken aan de isolatie van sanitaire leidingen en van buizen van de centrale verwarming. Die wordt vaak vergeten, hoewel er opmerkelijke energiebesparend

Denk eraan dat uw woning voldoende geventileerd moet worden. Er zijn talrijke regelbare verluchtingssystemen. Een handig hulpmiddel zijn ramen waarbij er verluchtingsroosters aangebracht zijn in of boven de profielen.

Verwar ventilatie niet met luchten. Het luchten van een woonruimte gebeurt door gedurende een korte tijdspanne de ramen te openen om verse lucht binnen te krijgen. Vijftien tot dertig minuten volstaan voor het verversen van de lucht

ExtraGeluidsisolatie niet vergeten

Laat de architect ook voldoende aandacht besteden aan de geluidsisolatie. Die is des te belangrijker wanneer u een gesloten woningtype bouwt of een appartement betrekt. Geluidsoverdracht door vloeren kan worden voorkomen door middel van zwevende vloeren. Een andere mogelijkheid is dat u speciale isolatie aanbrengt onder de dekvloer van de verdieping. Kunststofbuizen beperken leidinggeluiden. Door verzonken leidingen te omhullen met een geluiddempende tape of door elastische steunblokjes te gebruiken, kunt u storende geluiden in intensiteit doen afnemen. In een drukke omgeving kunnen akoestische beglazing en vaste ramen een rem op lawaai-overlast zetten.

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels