Welke verwarmingsinstallatie kiezen

Welke verwarmingsinstallatie kiezen

Centrale verwarming

Kies de beste verwarmingstallatie en probeer de klassieke valkuilen te vermijden.

Stap 1: Kies je energiebron

Wanneer je een bestaand verwarmingssysteem wenst te renoveren of je de verwarmingsplannen van je nieuwe woning bestudeert, moet je eerst een keuze maken over je energiebron of brandstof. Verwarmen kan met stookolie, aardgas, propaan- of butaangas en houtpellets.

Stookolie

Ga je voor stookolie, dan moet je niet alleen beslissingen nemen omtrent de soorten ketels, maar ook omtrent de opslagtank van de stookolie. De stookolietanks worden vervaardigd uit kunststof of metaal, en bestaan in dubbel- en enkelwandige versies. Elke tank dient gecontroleerd te worden door een erkend technicus die een gelijkvormigheidsattest moet afleveren.

Een tank die defect is of niet meer gebruikt wordt, moet verwijderd worden. Is dat niet mogelijk, dan moet de tank opgevuld worden met zand of speciaal schuim.

Door de opslagtank is de installatiekost bij stookolie wat hoger dan bij aardgas. Bovendien moet je de installatie ook jaarlijks onderhouden om een schone verbranding te garanderen. Anderzijds blijft stookolie wat betreft verbruik de goedkoopste manier om te verwarmen.

Aardgas

Kies je voor aardgas, dan heb je geen opslagplaats nodig maar moet je een aansluiting aanvragen bij de gasmaatschappij van je keuze. Men zal dan een aftakleiding leggen van de straat naar de gasteller in de woning.

Een aardgasinstallatie geeft een zuinige verbranding en vraagt minder onderhoud, hoewel een regelmatige controle van het systeem en de schoorsteen aan te raden is.

Stoken met aardgas is milieuvriendelijker omdat het minder schadelijke stoffen uitstoot dan aardolie.

Propaan- of butaangas

Je kan ook opteren voor het verwarmen met propaan- of butaangas. Het wordt op dezelfde manier gebruikt als aardgas en doet alles wat aardgas kan. Het enige verschil is dat je een opslagtank moet installeren en een verbinding maken met de CV-ketel.

Houtpellets

Houtpellets zijn in ons land minder bekend als brandstof voor centrale verwarming. Het zijn kleine houtkorrels gemaakt van houtafval. Je hebt, net zoals met stookolie en propaangas, een opslagruimte nodig. Dat kan een ondergrondse tank zijn of een bovengrondse zaksilo.

Houtpellets zijn ecologisch verantwoord: het is een recyclageproduct met een hoog rendement dat geen schadelijke uitstoot heeft. Maar de installatiekosten liggen nog veel hoger dan voor een traditionele ketel op gas of olie. Het verbruik daarentegen ligt heel laag.

Elektriciteit

Verwarmen met elektriciteit is erg duur qua verbruik. De lage installatiekosten zijn dan weer een belangrijk voordeel. Elektriciteit is geen milieuvriendelijke verwarmingsmethode.

Warmtepomp

De milieuvriendelijke warmtepomp gebruikt grond, water of lucht als warmtebron. De warmte wordt door de pomp op een hoge temperatuur gebracht en dan via het centrale verwarmingssysteem in de woning gebracht.

Dit systeem werkt voor nieuwbouwwoningen via de tuin: het water stroomt door kunststofbuizen die ongeveer 1,2 meter diep in de tuin liggen, en de warmere aarde warmt het water op. Is lucht de warmtebron, dan zuigt een ventilator buitenlucht aan. Bij grondwater als warmtebron wordt het water opgepompt.

Zonne-energie

Nog een milieuvriendelijke energieleverancier is zonne-energie. De zon levert sowieso daglicht en warmte. Met dit gratis aanbod van de natuur kan je zonneboilers je leidingwater laten verwarmen. Met zonnepanelen kan je zonnestroom opwekken.

Stap 2: Kies je verwarmingsketel

De ketel is de motor van je centrale verwarming en dus is het belangrijk om de juiste keuze te maken. Die keuze hangt af van je woning, je behoefte en je budget.

Welke ketel?

Je hebt eerst bepaald met welke brandstof de brander van de ketel wordt gevoed: aardgas, stookolie of andere. Nu ga je beslissen welke ketel voor jou interessant is.

Wand-of vloerketel

Afhankelijk van de plaats waar de ketel zal staan, kies je voor een wand- of een vloerketel. Voor de meeste woningen zal een wandketel volstaan. Die heeft als voordeel dat hij minder plaats inneemt. Voor grotere woningen is het vermogen van een wandketel mogelijk niet toereikend en moet je overschakelen op een vloerketel.

Zowel voor vloer- als voor wandketels werden de laatste jaren modellen ontwikkeld die licht en compact zijn en die perfect in een wasplaats of keuken kunnen geplaatst worden. Bij een vloerketel moet je een aparte circulatiepomp en een afzonderlijk expansievat aanschaffen.

Open of gesloten ketel

Om het rendement van de ketels op te drijven heeft men de laatste jaren verschillende technieken verder ontwikkeld. Zo kan je vandaag kiezen tussen een open of gesloten ketel.

Een open ketel haalt de zuurstof uit de ruimte waarin het toestel zich bevindt. Dit systeem is goedkoper maar haalt de lucht van binnenuit, en die is minder schoon. De ketel moet dus altijd in een goed geventileerde ruimte staan.

Een gesloten ketel heeft een ingebouwde ventilator die de lucht van buiten aanzuigt en de rookgassen wegblaast. Bij dit systeem is er geen schoorsteen meer nodig, je kan de ketel dus overal plaatsen zolang je maar een afvoerpijp door de gevel of door het dak hebt.

Het gesloten systeem haalt een hoger rendement en is veiliger.

Klassieke ketel

Je kan altijd kiezen om een klassieke ketel te plaatsen. Deze ketels zijn budgetvriendelijk en hebben een rendement van 80%. Dat wil zeggen dat 80% van de brandstof wordt omgezet in warmte.

Hoogrendementsketel

Een goede installateur zal je altijd een hoogrendementsketel aanraden: deze hebben een rendement van meer dan 90%. De installatiekost is duurder, maar dat verschil verdien je snel terug dankzij de lagere verbruiksfactuur.

Lagetemperatuurketel

Een lagetemperatuurketel is een ketel die permanent kan functioneren met een intredetemperatuur van 35 tot 40°C. Om te genieten van de voordelen van een lagetemperatuurketel moet de volledige installatie hierop voorzien zijn: aangepaste radiatoren, een goede kamerthermostaat, goede instelling van de keteltemperatuur,…

Condensatieketel

De condensatieketels zijn de meest zuinige en hebben het hoogste rendement. Ze condenseren de waterdamp die ontstaat bij verbranding en gebruiken de warmte opnieuw die hierbij vrijkomt. De ketels scoren ook goed op ecologisch vlak dankzij de lage uitstoot van schadelijke gassen.

Labels

De energiezuinige toestellen kan je herkennen aan de gebruikte labels:

  • hoogrendementsketels op aardgas hebben een HR +- label,
  • condensatieketels op aardgas dragen het HR-Top-Label,
  • hoogrendementsketels op stookolie hebben een Optimaz-label,
  • condensatieketels op stookolie dragen een Optimaz-elite-label.

Stap 3: Kies de verwarmingselementen

Centrale verwarming is een systeem waarbij één warmtebron de verwarming verzorgt in het hele gebouw. De verwarmingsketel warmt water op. Een waterpomp stuurt dit water via de leidingen naar het verwarmingselement in de te verwarmen vertrekken.

Dat kan een radiator, een convector of vloerverwarming zijn. Wanneer het water afgekoeld is, stroomt het terug naar de ketel waar het opnieuw verwarmd wordt. Bij verwarming zet het water uit; om te vermijden dat de druk in de installatie te hoog wordt, vangt een expansievat overtollig water op.

Thermostaat

Om de temperatuur te regelen en de ketel aan- en uit te schakelen, installeert men een kamerthermostaat. Een conventionele (meestal elektronische) thermostaat meet de kamertemperatuur en vergelijkt die met de ingestelde waarde. De klokthermostaat houdt rekening met een tijdmechanisme om de temperatuur te regelen.

Je plaatst een thermostaat best niet op een buitenmuur of in de directe omgeving van een radiator of kachel. Ideaal heeft de kamerthermostaat een nachtstand van ongeveer 16°C en een dagstand van 21°C.

Zeer verfijnde toestellen kan je in functie van je aanwezigheid instellen. De kamerthermostaat is doorgaans gekoppeld aan een klok. Deze start de brander of de circulatiepomp op en legt hem weer stil wanneer de gewenste temperatuur bereikt is in het vertrek waar hij zich bevindt. Dat is meestal in de woonkamer.

Je kan ook een kamerthermostaat gebruiken met een buitenvoeler. De bedoeling daarvan is om de temperatuur van het water in de verwarmingsketel aan te passen aan de buitentemperatuur: hoe lager de buitentemperatuur, hoe hoger de temperatuur in de ketel.

De kamerthermostaat regelt de temperatuur in de referentiekamer, meestal de woonkamer. In de andere kamers kan je de radiatoren voorzien van thermostaatkranen. Met een traditionele radiatorkraan kan je geen temperatuur regelen, deze regelt enkel de aan- of afvoer van water.

Thermostatische kranen houden de temperatuur op de ingestelde waarde.

Radiatoren

Bij de installatie kunnen radiatoren op twee manieren geplaatst worden: bij het tweepijpsysteem heeft de radiator aparte leidingen om het water van en naar de ketel te laten stromen maar bij het éénpijpsysteem staan de radiatoren in serie geschakeld.

Bij dit oudere systeem is het niet mogelijk om de doorstroming van het water per radiator te regelen. De warmte wordt geregeld door de luchtcirculatie rond de radiator af te stellen door een klep open of dicht te draaien. Daardoor geeft de radiator meer of minder warmte.

In plaats van radiatoren kunnen ook convectoren geplaatst worden. Daar waar bij een radiator het warme water door buizen en platen stroomt om stralingswarmte af te geven, stroomt het water bij een convector enkel door een buis die omringd is door lamellen.

Samen met de omkasting of de put waarin de convector werd aangebracht, zorgen de lamellen voor convectiewarmte. In vertrekken met schuiframen en vensterdeuren kan een convectieput een oplossing zijn.

Convectoren warmen sneller op dan radiatoren maar koelen ook sneller af.

Vloerverwarming

Vloerverwarming wordt tegenwoordig vaak gekozen, zowel bij nieuwbouw als bij renovatie, omwille van de aangename stralingswarmte en het lage energieverbruik. Het warme water stroomt door buizen die vlak onder de vloer geplaatst worden in plaats van door radiatoren.

Je moet bij dit systeem rekening houden met het feit dat de opwarming trager verloopt dan bij radiatoren en zeker dan bij convectoren.

Vloerverwarming wordt geïnstalleerd als hoofdverwarming, maar vooral in oudere gebouwen met slechte isolatie kan je opteren om in bepaalde vertrekken een radiator toe te voegen die snel warmte afgeeft.

Wanneer je de vloerverwarming gebruikt als bijverwarming naast andere systemen, is de installatie identiek maar wordt de watertemperatuur lager gezet. De vloerverwarming zorgt op die manier voor aangenaam comfort en bestrijdt koude vloeren.

Bevraag je vooraf goed over de materialen die je moet gebruiken voor de vloerbedekking: niet alle materialen zijn geschikt in combinatie met vloerverwarming.

Luchtverwarming

Bij luchtverwarming circuleert lucht door een kanalenstelsel. Via deze kanalen en langs kleine roosters in vloer en wanden wordt de warme lucht vanuit de verwarmer naar de verschillende vertrekken gevoerd. De lucht wordt vermengd met de lucht in de ruimte en terug afgevoerd naar de verwarmer waar ze gefilterd en opnieuw verwarmd wordt.

Je dient bij dit systeem regelmatig de filters te reinigen.

Wandverwarming

Bij wandverwarming worden de verwarmingselementen verwerkt in de muren, plafonds en vloeren. In tegenstelling tot de traditionele verwarming is dit systeem niet zichtbaar in de woning. Het geeft, net zoals bij vloerverwarming, een trage opwarming.

Let op: je moet je verwarmingsplan reeds afgewerkt hebben voor de start van de ruwbouw van je woning. Hou ook rekening met de binnenhuisinrichting: een hoge inbouwkast kan de warmte tegenhouden.

Climaboxen

De climaboxen zijn compacte inbouwtoestellen voor verwarming die je op elk systeem van een verwarmingsinstallatie kan aansluiten. Aiconditioning en ventilatie zijn als optie makkelijk te integreren. Heb je plaats om radiatoren of convectoren te plaatsen, dan kan je deze optie overwegen.

Stap 4: De prijsofferte van een installateur

Om een juiste en volledige offerte te kunnen maken, moet de installateur over voldoende informatie beschikken. Zowel bij nieuwbouw als bij renovatie kan hij op basis van het plan een volledige berekening maken.

Beglazing

Andere belangrijke elementen zijn de grootte van de ramen en het type beglazing. Oude huizen hebben vaak nog enkel glas, maar vandaag is dubbel glas de norm.

Er bestaan namelijk verschillende soorten dubbel glas met verschillende isolatiewaarden.

De installateur houdt ook rekening met de isolatiewaarden van muren, vloer en dak.

Merk en type ketel

Eens hij alle gegevens en parameters van de nieuwbouw of de te renoveren woning kent, kan de installateur een gedetailleerde prijsofferte maken. Deze offerte moet het merk en het type van de ketel bevatten. Kijk ook na of je nieuwe ketel een kwaliteitslabel vermeldt (bijvoorbeeld HR Top voor een condenserende gasketel).

Bij de opstelling van het voorstel moet de installateur eveneens het type en het merk van de volgende elementen geven:

  • verwarmingslichamen en kranen
  • thermostaat
  • type leidingen (staal, koper of andere)
  • isolatie van de buizen
  • toebehoren zoals expansievat, pompen, e.a

Afspraken

Bij een goede berekening moet de installateur ook in staat zijn om gewaarborgde temperaturen aan te geven. Overloop samen de offerte en ga ook na of bevestigingsmaterialen en de plaatsing volledig in de prijs inbegrepen zijn.

Hij kan je ook op de hoogte stellen van fabriekswaarborgen die er zijn op materialen of mogelijk geeft hij zelf een waarborg. Maak goeie afspraken over de dienst na verkoop.

Bij eventuele vragen of problemen, moet je bij hem terechtkunnen. Als je eenmaal beslist hebt om met een bepaalde installateur in zee te gaan, spreek dan duidelijk begin- en einddatum van de werken af.

Schoorsteen

De goede werking van je verwarmingsinstallatie hangt ook af van het goed functioneren van de schoorsteen. De installateur dient dus bij een renovatie vooraf goed na te kijken hoe de bestaande toestand van de schoorsteen is.

Maar ook bij nieuwbouw moeten alle elementen perfect op elkaar aansluiten. Schoorstenen die niet goed functioneren, kunnen gevaren zoals brand en verstikking door koolstofmonoxyde geven.

Een goede schoorsteen moet beschikken over een juiste diameter. Met een te kleine diameter zal de schoorsteen niet voldoende trekken waardoor er terugslag ontstaat. Met een te grote diameter zullen verbrandingsgassen snel afkoelen wat tot condensatie zal leiden.

De schoorsteen moet zo weinig mogelijk bochten bevatten en bevat best geen vernauwingen. Schoorstenen worden ook geïsoleerd met onbrandbaar isolatiemateriaal om condensatie te vermijden.

Stap 5: Hou rekening met het milieu

Ons land kent een goede energievoorziening. Maar om dat in de toekomst zo te houden, zal er anders moeten omgegaan worden met het opwekken van energie want dat gaat momenteel ten koste van het milieu. Het broeikaseffect, het gat in de ozonlaag en zure regen zijn de voornaamste milieuproblemen.

Fossiele brandstoffen

Het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardolie, aardgas en steenkool is schadelijk voor het milieu. Hierbij komen gassen vrij die de schade berokkenen.

Broeikaseffect

Het broeikaseffect is belangrijk. Het houdt de aarde warm. Zonder het broeikaseffect zou het te koud zijn om te leven op aarde. Maar het probleem vandaag is dat het te sterk wordt waardoor er klimaatveranderingen zullen optreden. En die veranderingen zijn dan weer gevaarlijk voor mens, plant en dier.

Ozonlaag

De ozonlaag beschermt mens en dier tegen de schadelijk UV-stralingen van de zon. De beschadiging van deze beschermende laag heeft dramatische gevolgen voor het leven op aarde. Langdurige blootstelling aan de zon kan bijvoorbeeld bij de mens tot huidkanker leiden.

Zure regen

Zure regen ontstaat o.a. door de uitstoting van zwaveldioxide na het verbranden van fossiele brandstoffen. Hoog in de lucht vermengt deze stof zich met waterdamp en vormt dan zwavelzuur. Als het regent, sneeuwt of hagelt, valt het zwavelzuur op de aarde neer. Bossen, meren maar ook steen, zoals architecturale gebouwen, worden aangetast.

Nieuwe technieken

Niet alleen berokkent het gebruik van fossiele brandstoffen schade aan het milieu, ze raken ook na verloop van tijd op. Daarom gaat men op zoek naar energieopwekkende technieken met duurzame-energiebronnen zoals zon, water, wind, biomassa en aardwarmte. Bij de opwekking van duurzame energie komt geen CO2 of andere schadelijk stoffen vrij. De energiebronnen zijn ook onuitputtelijk.

Ook het verwarmen van je huis en alle schadelijke uitstoot die dat veroorzaakt, is mee verantwoordelijk voor de schade aan het milieu. Daarom worden we gemotiveerd door de overheid om zuinig om te gaan met energie door :

  • onze energievraag te beperken
  • goede isolatiematerialen te gebruiken die een flinke energiebesparing kunnen opleveren
  • je huis verstandig te ventileren
  • een milieuvriendelijk verwarmingssysteem in huis te halen, zoals hoogrendementsketels, warmtepompen en zonne-energiesystemen.

Fiscale aftrek

Energiebesparende investeringen worden flink aangemoedigd door een verhoogde fiscale aftrek. Een overzicht van steunmaatregelen van de overheden vind je op www.premiezoeker.be en www.energiesparen.be.

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels