Luchtdichtheid in een passiefwoning

Ruwbouw

In lage-energiewoningen en zeker in passiefhuizen wordt enorm veel aandacht besteed aan de luchtdichtheid van de woning.

Luchtverliezen zijn immers ook warmteverliezen. Luchtlekken zijn nefast voor de isolatiewaarde van het gebouw en verstoren de werking van het ventilatiesysteem.

De luchtdichtheid van een houtskeletconstructie begint in de eerste plaats met een doordacht ontwerp. Houtbouw bestaat nu eenmaal uit verschillende elementen en tussen elk van die elementen kan makkelijk een luchtlek ontstaan. Het is immers geen dichte massa (zoals baksteen of beton) en het luchtdicht afwerken van de constructie vraagt extra aandacht.

Het is belangrijk om vooraf alle knooppunten (bijvoorbeeld de verbinding tussen fundering en de wand, de aansluiting met het buitenschrijnwerk,…) en aandachtspunten (naden, voegen, leidingdoorvoeren) die belangrijk zijn voor de afdichting, in beeld te brengen. Dat geldt zowel in de voorbereidende fase in de productiehal als op de werf.

Bij houtskeletbouw wordt meestal aan de binnenzijde van het stijlwerk en tegen de isolatie een luchtdichte folie (polyethyleen of aluminium) aangebracht. Daartegen komt dan de binnenafwerking. Tegen de buitenzijde komt een stijve beplating die zorgt voor de luchtdichtheid en de stabiliteit van de wand. Die platen zijn meestal uit multiplex, spaan- of OSB-plaat. De naden tussen de platen kunnen een tand- en groefverbinding zijn die dan verlijmd worden of afgedicht worden met een tape.
Omdat die platen zorgen voor de luchtdichtheid, mogen ze zo weinig mogelijk geperforeerd worden. Daarom wordt meestal met een voorzetwand een leidingspouw voorzien. Niet alleen de naden moeten afgedicht worden, ook de afdichting van de leidingdoorvoeren is van groot belang.

Controle van de luchtdichtheid

Met de pressurisatietest (of de blowerdoortest) wordt gemeten waar er in het gebouw lekken zijn en of het gewenste niveau van luchtdichtheid gehaald wordt. Passiefwoningen moeten die test ondergaan om hun certificaat te krijgen.

Bij die test wordt het gebouw onderworpen aan een drukverschil van 50 Pascal en wordt het aantal luchtverversingen (n50) per uur berekend. Haalt het gebouw bij de test een n50 = 1, dan betekent dit dat de lucht in het gebouw per uur 1 maal werd ververst. Passiefhuizen moeten een waarde van n50 = 0,6 halen.

Chantal Verrecas

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels