Niet elke vloerbekleding is geschikt voor vloerverwarming

Vloeren en plinten

De aard van de vloerbedekking beïnvloedt het thermisch vermogen van het systeem voor vloerverwarming. Al zijn er a priori geen tegenindicaties, u kunt toch maar beter uw voorzorgen nemen.

Om de efficiëntie van uw vloerverwarming optimaal te garanderen, mag de thermische weerstand van de bekleding, met inbegrip van de eventuele tussenlaag, niet hoger liggen dan 0,15 m²K/W.

Bijkomende tip: de laag die de buizen omhult, moet ook aangepast zijn. Kies bij voorkeur voor een vloeibare, anhydriete of traditionele dekvloer met een specifieke toeslagstof voor vloerverwarming. Sluit de verwarming tijdens de plaatsing af en laat ze pas 7 dagen later opnieuw draaien. Ondanks die beperkingen, blijft de keuze in vloerbedekking enorm.

Marmer, tegels of dunne synthetische materialen vormen geen probleem. Die niet-isolerende materialen geleiden en verspreiden de warmte gelijkmatig dankzij hun inertie.
U kunt de vloer ook afwerken met parket, pvc, linoleum, kurk of zelfs kamerbreed tapijt.

Daaraan worden echter bijkomende eisen gesteld:

– het model moet gegarandeerd compatibel zijn met vloerverwarming;
– beperkte dikte;
– antistatisch.

Informeer bij de fabrikant naar de gebruiks- en plaatsingsvoorschriften.
Let op : na verloop van tijd kan uw vloerbedekking aan vervanging toe zijn. Hebt u plannen voor een andere vloerbedekking, stel de regelkleppen op de collectoren dan anders in. Doet u dat niet, dan kunt u alleen nog maar de temperatuur van de vloeistof in de vloerverwarmingsbuisjes verhogen, waardoor de installatie uit evenwicht kan raken.

Parket, een geval apart

Parket heeft intrinsieke isolerende kwaliteiten en vormt dan ook een geval apart. Wilt u dat gezellige materiaal combineren met een systeem voor vloerverwarming? Houd dan rekening met onderstaande vuistregels:

Met betrekking tot het hout:

– Hoge densiteit en stabiliteit
– Maximaal 18 mm dik
– Vochtpercentage van maximaal 10%
– Planken van maximaal 110 mm breed
– Het parket vóór de plaatsing minstens een week in de kamer bewaren waarin hij geplaatst moet worden
– Rechtstreeks en volledig contact met de ondergrond is noodzakelijk

Met betrekking tot de plaatsing:

– Verwarmingssysteem op lage temperatuur
– De dekvloer moet volledig uitgedroogd zijn
– Verlijming geniet de voorkeur. Zwevende plaatsing is mogelijk na het aanbrengen van een damprem en een dunne onderlaag die geen lucht bevat. Verspijkeren is geen goed idee.

Cécile Wolfs

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels