Verschillende technieken voor de verdiepingsvloeren

Bouwmethodes

Voor de vloeren op de hoger gelegen verdieping bestaan heel wat verschillende technieken.

Zodra het metselwerk van de muren de hoogte van de eerste verdieping bereikt, is het tijd voor de vloeren op de hoger gelegen verdieping. Er bestaan heel wat verschillende technieken. Laat de keuze over aan een vakman !

De welfsels

Het gaat om een vrij klassieke techniek die een eenvoudige, snelle en stevige plaatsing van de vloer mogelijk maakt. Uitgeholde en trapeziumvormige prefabelementen in gewapend beton of spanbeton worden tussen de draagmuren geplaatst en daarop wordt daarna een dekvloer (of ” tafel “) als gewapende druklaag gegoten om de welfsels te verstevigen en ervoor te zorgen dat ze de latere belasting samen aankunnen.

Welfsels van 16 cm dik en een druklaag van 4 cm laten meestal toe een overspanning van maximaal 5 tot 6 meter te overbruggen. Wordt de afstand groter, dan moet u de dikte opdrijven. In dat geval maakt u beter gebruik van voorgespannen welfsels. U kan ook overwegen of het mogelijk is andere structuren voor het leggen van vloeren te gebruiken. Welfsels zijn meestal 30, 60 of 120 cm breed en hebben een ruwe of gladde onderkant. Wil u later stukadoren, dan kiest u beter voor een ruw oppervlak waarop het stucwerk makkelijker hecht. Een glad oppervlak is dan weer esthetischer : u kan het zichtbaar laten of moeiteloos schilderen. Laat u de welfsels zichtbaar, dan moeten ze worden opgevoegd (opvullen van de lengtevoegen).

We wijzen nog even op het bestaan van welfsels in cellenbeton, met een interessant isolerend vermogen : de celstructuur bevat luchtbelletjes die de overdracht van warmte of koude afremmen. Bovendien zijn ze niet te zwaar, waardoor ze sneller geplaatst kunnen worden. Is de rest van het huis ook uit cellenbetonblokken opgetrokken, dan krijgt het geheel een heel homogeen karakter.

Vloerbalken en gewelfstenen

Dit systeem omvat omgekeerde, T-vormige steunbalken in spanbeton (vloerbalken), een tussenliggende bekisting met naast elkaar geplaatste elementjes (gewelfstenen) en een gegoten dekvloer met druklaag op de vloerbalken en gewelfstenen, zodat de belasting gelijkmatig wordt verdeeld. Het voordeel van deze techniek, die iets duurder is dan de welfseltechniek : snel en makkelijk te plaatsen, zonder enorme hefvoertuigen, aangezien de elementen minder log en minder zwaar zijn dan welfsels. Met deze techniek kan meestal een overspanning van 4 tot 5 meter overbrugd worden. Ideaal dus voor renovaties of voor werven die moeilijk toegankelijk zijn voor grote machines.

Er bestaan verschillende types vloerbalken en gewelfstenen : in beton (de goedkoopste oplossing), in terracotta (een combinatie van steunbalken in beton die onderaan eveneens uit terracotta bestaan, en holle gewelfstenen, eveneens uit terracotta) óf in polystyreen (meest isolerend, aangezien de vloer bestaat uit gewelfstenen in geëxpandeerd polystyreen en vloerbalken uit beton).

Rector, bekend om zijn systeemvloeren van balken en gewelfstenen, pakt eveneens uit met het ‘Klith’-systeem met gewelfstenen in houtvezels vermengd met cement – wat zorgt voor een heel ander uitzicht – en een ‘Rectolight’systeem, waarbij de balken bestaan uit geperste houtvezels met dwarse versterkingsribben. Het resultaat is een heel lichte vloer die toch sterk is.

Vloerplaaten en breedplaten

Voor de realisatie van een vloer kan ook worden gewerkt met breedplaten of vloerplaten in beton dat ter plaatse wordt gegoten. Het gaat dan niet om aaneensluitende aparte elementen, maar om een monolitisch geheel. Een klassieke betonnen vloerplaat wordt op de werf gegoten en gewapend, aan de hand van de plannen van de ingenieur.

Breedplaten daarentegen, worden gevormd door prefabvloerelementen die bestaan uit een dun laagje beton (5 tot 7 cm) met wapening, noodzakelijk voor de stabiliteit van de vloer. Een breedplaat wordt op de werf volgestort met beton, wat een homogene, monolithische en massieve vloer oplevert. Dit systeem maakt de zware bekistingswerken, die op de werf nodig zijn voor een klassieke vloerplaat, overbodig. Bovendien vereist een breedplaat geen verdere afwerkingslagen.

Een variant op breedplaten is de ‘Lewis’vloer, bestaande uit lichte profielen in warmgewalste staalplaten. Die elementen grijpen in de lengte en in de breedte in elkaar en vormen zo een stevige, geluiddichte en vuurbestendige vloer. Ze worden gebruikt als verloren bekisting en wapening voor betonnen vloerplaten die rusten op houten of stalen balken.

Bintlaag in hout

In tegenstelling tot alle vloeren in harde materialen bestaat er ook een lichtere techniek waarbij een volledig houten vloer wordt gelegd. Het gaat meestal om een bintlaag in hout met balken (binten) die op regelmatige afstanden van elkaar worden geplaatst en worden afgewerkt met panelen of platen in massief hout. Om te vermijden dat de binten gaan overhellen, worden op geregelde afstanden schoorplanken tussen de balken gelegd om de binten onderling te verankeren en zo de stabiliteit van het geheel te verhogen (tegengaan van het ‘veer’effect).

Voordelen zijn : redelijk gewicht, waardoor fijnere dragende elementen kunnen worden aangemaakt en de mogelijkheid om de woning naderhand zonder moeilijkheden anders in te delen : zagen volstaat. Dergelijke vloeren overbruggen een spanwijdte van 4,5 tot 5 m. Ze hebben wel één groot nadeel : ze zijn minder geluiddempend dat betonnen vloeren.

Fanny Bouvry

Niet gevonden wat je zocht?

Probeer het nogmaals in onze zoekmachine.

Gerelateerde artikels